Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 151. Oorzaken der snelle uitbreiding van het protestantisme

375

geloofsbron was x). Later verwierpen de Socinianen al het bovennatuurlijke en leerden een zuiver rationalisme. Talrijk was de sekte in Engeland en Holland, waar echter geen gemeenten werden geduld, in Zwitserland, Pruisen, de Palts en vooral in Zevenbergen 2) 6°. Alle pogingen om het protestantisme onder de schismatieke Grieken uit te breiden, leden schipbreuk. Reeds Melanchthon zond in 1559 de Confessie van Augsburg aan den patriarch van Constantinopel, ontving echter geen antwoord. Men wachtte betere tijden. Opnieuw knoopten de professoren van Tübingen C r u s i u s, Andreae enz. in 1573 verbmding aan met Constantinopel. Maar ook nu droeg dat apostolaat geen vrucht. De patriarch J e r em i a s H weerlegde hun stellingen en vroeg, dat men hem verder niet meer zou lastig vahen. Evenmin slaagden de pogingen der Hollandsche Calvinisten. Wel gaf Cyrillus Lukaris3), die in 1621 den patriarchalen zetel van Alexandrië met dien van Constantinopel verwisselde, gehoor aan hun stem en vaardigde in 1631 een geloofsbelijdenis uit, waarin hij de leer van C a 1 v ij n over de praedestinatie en het H. Sacrament des Altaars uitsprak, maar die driestheid kwam hem duur te staan. In de synode van Constantinopel (1634) werd hij als ketter veroordeeld en uit zijn ambt ontzet. Ofschoon de listige prelaat kort daarop den zetel wist te herwinnen, het vertrouwen zijner bisschoppen herkreeg hij niet. Ln 1638 opnieuw afgezet en van verraad beschuldigd, onderging hij op last van sultan Murat IV een gewelddadigen dood. VerschiUende synoden verwierpen zijn ketterij en schreven ter voorkoming eener nieuwe kettersche beweging, de orthodoxe belijdenis van Petrus Mogilas voor.

§ 161.

Oorzaken der snelle uitbreiding van het protestantisme.

Marx, Die Ursachen der schnellen Verbreitung der Reform, Mainz 1834. Döllinger, Die Reformation, ihre innere Entwicklung und ihre Wirkungen, 3 Bde. Regensburg 1846 ff. Janssen, Geschichte des deutschen Volkes, I Band. Hergenröther-Kirsch, Handbuch der algemeinen Kirchengeschichte, III B. 5 Aufl. Freib. i. Br. 1916. Baudrillart.

J) Lecler, Fauste Socin, Genève 1885.

a) De werken van Laelius en Faustus Socinus werden uitgegeven door Oeder, Francof. 1739. Over Italië vgl. vooral ook P. Tacchi Venturi S. J., Storia della Comp. di Jesu, vol. I, Eoma 1910.

») Pichler, Cyrill Lukaris, München 1862.

Sluiten