Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

406

§ 156. Sociëteit van Jezus.

breidde de orde zich voortdurend uit. Franciscus Xaverius vertrok naar Indië en Japan en bekeerde er honderdduizenden ; F a b e r werkte op last des Pausen in Duitschland, waar hij Canisius in de orde opnam ; L a y n e z legde den grondslag voor een college te Venetië ;Rodriguez stichtte de bloeiende provincie van Portugal en het coUege van Coïmbra ; in Spanje kwam de Sociëteit tot hoogen bloei, vooral door het toetreden van den H. Franciscus Borgia, hertog van Gandia. De jeugdige leden studeerden te Parijs en te Leuven. Zeer veel nut stichtten de Paters door de Geestelijke Oefeningen, die in 1548 de pausehjke goedkeuring ontvingen en tevens de oorzaak werden van den spoedigen groei der Sociëteit. Toen Ignatius 31 Juh 1556 stierf, bestonden reeds 13 provinciën met meer dan 1000 leden in 100 collegiën en andere huizen. Bij de keuze van den tweeden generaal, Jacobus Laynez (1556—1565), gaf de eerste generale congragatie haar goedkeuring aan de constitutiën van den H. Ignatius. Aan de invoering en toepassing werkten Franciscus Borgia (1566—1572) en ook de vierde generaal Everardus Mercurianus (1572—1580). Een der beroemdste generaals was de Italiaan Claudius Aquaviva (1580—1615), die het studiewezen der orde tot volledige organisatie bracht1). De wetten en voorschriften der orde zijn vervat in de bullen der Pausen ; het Examen generale, de Constitutiones en Declarationes van den H. Ignatius; de decreten der 26 generale congregaties ; de Ordinationes en Instructiones der generaals 2). Geheime wetten kent de Sociëteit niet. De Monita secreta zijn een verzinsel van den exJezuïet Hieronymus Zahorowsky, die uit haat de orde belasterde 3).

3°. Het doel der Sociëteit is „niet enkel met Gods genade te arbeiden aan eigen zaligheid en volmaking, maar gesteund door dezelfde genade zich met aUe kracht toe te leggen op de zaligheid en volmaking des naasten." Het eigen heil zal worden nagestreefd door de dagehjksche overweging en een dubbel gewetensonderzoek, door bet doen der geestelijke oefeningen, tweemaal in het leven

*) Ratio Studiorum et Institutiones Scholasticorum Soc. Jesu etc. ed. Duhr (Mon. Germ. paed. Berlin 1887—1894).

a) Institutum Societatis Jesu, Pragae 1757, 2 vol. Bomae 1869 ss. 3 vol. Florentiae 1892—1893, 3 vol.

s) Monita privata s. secreta Soc. Jesu, Notobrigae (= Krakau) 1612 enz. Zeitschr. für kath. Theol. Tom. 14, S. 398 ff. Bernard, Les instructions secrètes des Jésuites, Paris 1903. P. Albera S. J., Studiën, 1916.

Sluiten