Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 155. Sociëteit van Jezus,

407

volledig (30 dagen) en jaarlijks in verkorten vorm (8 tot 10 dagen) ; door het onderhouden der regelen en der religieuze geloften. Bijzonderen nadruk legde hier de stichter op de gelofte van gehoorzaamheid 1). Dat echter een hd der orde door de gehoorzaamheid kan worden verplicht tot een zondige daad, is dwaze laster, die zijn oorsprong vindt in een kwahjk begrepen plaats der constituties 2) en na duizendmaal weerlegd te zijn, door de vijanden der orde altijd opnieuw wordt verkondigd. Ten slotte zal ieder hd der Sociëteit zich volkomen aan de wereld en het aardsche onthechten, om niet geven wat om niet is ontvangen, geen kerkehjke waardigheid aanvaarden, tenzij op last van hem, die het op zonde kan gebieden, den Paus. Het heil des naasten zal men nastreven door het onderricht in de christelijke leer, door het onderwijs in collegiën en hoogescholen, door congregatiën, preeken, biecht hooren en missiën bij geloovigen en ongeloovigen. Op wetenschappehjk gebied legde de Sociëteit zich toe op theologie, moraal, kerkehjk recht, bijbelstudie, natuurkunde, natuurlijke wetenschappen, paedagogie, klassieke studiën, aardrijkskunde, ethnographie, linguistiek, enz. enz. Di elk dezer vakken telde ze weldra beroemde vertegenwoordigers, zoodat allengs het hooger onderwijs van het kathohek Europa grootendeels in haar handen kwam. Hierdoor werd de Sociëteit, die niet tegen het protestantisme is opgericht8), een dam

l) „Et sibi quisque persuadeat, quod qui sub obedientia vivunt, se ferri ac regi a divina providentia, per superiores suos, sinere debent, perinde ac si cadaver essent, quod quoquoversus ferri et quacumque ratione tractari se sinit : vel similiter atque senis baculus, qui ubicumque et quacumque in re velit eo uti, qui eum manu tenet, ei inservit." Constit. P. VI, Cap. I, § I, ed. Avenion. 1827.

*) In de Consit. (Part. VI, cap. V) verklaart de H. Ignatius, dat deze niet verplichten op zonde en zegt : „Visum est nobis in Domino, excepto expresso voto, quo Societas Summo Pontifici, pro tempore existenti, tenetur, ac tribus aliis essentialibus Paupertatis, Castitatis et Obedientiae, nullas Constitutiones, Declarationes, vel ordinem ullum vivendi, posse obligationem ad peccatum mortale vel veniale inducere ; nisi superior ea in nomine Domini Nostri Jesu Christi, vel in virtute obedientiae juberet".... Het woord obligatio ad peccatum beteekent verplichting op zonde. Dit blijkt niet alleen uit het opschrift en den samenhang, maar ook uit den regel van den H. Dominicus, St. Thomas (II, 2, quaest, 186. a. 9) en den regel van Franciscus (cap. 20).

3) Dit blijkt zoowel uit de bullen der Pausen als uit de constitutiën en het leven van Ignatius. Duhr, Jesuitenfabeln, III Aufl., Freib. 1899, s. 1. ff. Oothein, Ignatius von Loyola und die Gegenreformation, Halle 1895. Vgl. Der Katholik, 1899, I. 36 ff. Hist. Jahrb. 1896, 561 ff. Stimm. a. M-L. 49, 527 ff.

Sluiten