Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

408

§ 155. Sociëteit van Jezus.

tegen de uitbreiding der dwaling en verdrong deze zelfs op vele plaatsen uit het reeds veroverde gebied.

4°. Voor dit doel had de Sociëteit van den stichter haar inrichting ontvangen en is een orde van clerici regulares. De opneming der novicen moet plaats hebben na een nauwkeurig onderzoek ; vroegere leden van een andere orde worden uitgesloten. Het tweejarig noviciaat is grootendeels aan ascetische oefeningen gewijd en eindigt met eeuwig bindende vota simplicia, die een volgend huwehjk ongeldig maken. De scholastieken, die in gedoteerde huizen vertoeven, besteden gewoonlijk 9 jaren aan de studiën : twee jaren Latijn, Grieksch, enz., drie jaren philosophie, wis- en natuurkunde, waarna men eenige jaren lagere klassen geeft; dan gewoonlijk vier jaren theologie, voor verdere ontwikkeling zes of meer. Na de priesteiroj<krig volgt een derde jaar, dat aan ascetische oefeningen, voor êen gedeelte ook aan ziekendienst, missiewerk enz. gewijd. Een anderen graad vormen de coadjutores formati, die in leekebroeders (coadjutores temporales) en priesters (coadjutores spirituales) worden verdeeld en beiden vota simplicia publica afleggen. De professi hebben de drie gewone vota solemnia afgelegd met nog een vierde sólemne, waardoor ze zich verphchten, zonder tegenspraak of reisgeld een missie of zending naar geloovigen of ongeloovigen te ondernemen, wanneer de Paus het beveelt. Over de professiehuizen staat een praepositus, over de collegiën een rector, over de residentiën en missiehuizen een superior. De provincie wordt bestuurd door een provinciaal, de gansche orde door een generaal, dien de generale congregatie kiest voor zijn leven. Tot helpers in het bestuur heeft deze zes assistenten (van Itahë, Spanje, Duitschland, Frankrijk, Engeland en Amerika), die eveneens door de generale congregatie worden gekozen. Buitendien heeft de generaal, zooals alle andere oversten, een admonitor. Hij benoemt alle provinciaals, oversten der professiehuizen en rectoren.

5°. Sedert het begin van haar bestaan heeft de Sociëteit een harden strijd om deze inrichting moeten doorstaan. Enkele ij veraars eener oudere orde waren geërgerd door den naam en bezorgd voor de toekomst der Sociëteit, die geen koorgebed had. Zeer hoog hep de twist, die echter bedaard werd door de Pausen. Grooter gevaar ontstond, toen de Pausen zelf de inrichting, door meerdere voorgangers goedgekeurd, begonnen te wijzigen. Paulus IV het het koorgebed invoeren en beperkte het bestuur van den gene-

Sluiten