Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 155. Sociëteit van Jezus.

409

raai tot drie jaren. Zijn opvolger zag van deze eischen af. Wederom kwam Pius V op den koordienst terug en wilde, dat allen voor de priesterwijding de drie plechtige geloften zouden doen. Na den dood van Pius V (1572) hief Gregorius XIII deze verordening op 1). Het plan van Sixtus V, om den naam der Sociëteit en eenige andere punten te wijzigen, kwam niet tot uitvoering. Gregorius XTV bevestigde de constitutiën, zooals Ignatius ze geschreven had2).

Den 1 Januari 1646 verordende Innocentius X, dat men alle negen jaar een generale congregatie zou houden en nieuwe assistenten kiezen, dat geen overste, behalve de generaal en de novicenmeesters, langer dan drie jaar zouden besturen. Deze laatste verordening werd afgeschaft door Alexander VII 8), de eerste door Benedictus XIV *). Ook enkele leden der Sociëteit trachtten de inrichting te veranderen. Toen de H. Franciscus Borgia overleed, werd Everardus Merourian u s gekozen door toedoen van den grooten weldoener der Sociëteit, Gregorius XIII, die de voortdurende opeenvolging van Spanjaarden bedenkelijk vond. De hierdoor ontstane ontevredenheid van eenige Spanjaarden, kwam onder de regeering van den volgenden generaal, Claudius Aquaviva, een Itahaan, tot uitbarsting. Op de congregatio procuratorum (1587) verlangden de Spaansche procurator es voor Spanje een commissarius generalis, die van den generaal te Rome afhankelijk zou zijn. De partij van het verzet vond steun bij P h i 1 i p s H, de generaal bij S i x t u s V. Gregorius XIV bevestigde echter de inrichting der Sociëteit en verijdelde tevens de poging van sommigen, die de aanneming der leden en de keuze der oversten aan den generaal wilden ontnemen en aan de kapittels der orde overlaten 5). Opnieuw nam Paulus V de oorspronkelijke inrichting van den H. Ignatius in bescherming (1606) 6). Op de zesde generale congregatie was de eensgezindheid hersteld (1608). Bij den dood van Claudius Aquaviva stond de Sociëteit in hoogen bloei en telde 13.112 leden (1612).

6°. Aanleiding tot de vervolging, waaraan de Sociëteit van

*) Constit. Ex Sedis Apostolicae 28 Febr. 1573.

2) Constit. Ecclesiae Catholicae 28 Juni 1591.

s) Constit. Debitum past. officii 1 Jan. 1663.

4) Constit. Devotam majori 17 Dec. 1746.

5) Constit. Ecclesiae Cath. 28 Juni 1591.

6) Constit. Quantum religio 4 Sept. 1606.

Sluiten