Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

430

§ 167. Buitenlandsehe missiën.

Verschillende Jezuïeten drenkten de missie met hun bloed (C r i m inale, Ribera, Mende z, de zaligen R. Aquaviva, Pacheco, Berna, Francisco en Aranha1). Reeds in 1557 had Goa de suffragaan-bisdommen Malakka en Kotsjin. In de provincie Goa hadden de Jezuïeten 16 huizen met 280 missionarissen (1619). Ook de Franciscanen en Dominicanen werkten met ijver aan de bekeering dezer volken. Macao (1576), Cranganore (1600) en Mebapour (1605) werden tot bisdommen verheven. In Madoera werd de missie gesticht en tot hoogen bloei gebracht door P. Rob. de Nobi 1 i 2). Hij ruimde de moeihjkheden, door het Indische kastenwezen veroorzaakt, uit den weg door het zoogenaamde accommodatiesysteem*). De kaste erkende hij als een sociale mstelling, die ook een christen kon aanhouden. Voorzichtig vermeed hij, wat bij de Hindoes afschuw verwekte. Lang niet alle missionarissen stemden hiermee in. Bellarminus en de generaal Claudius Aquaviva, maar vooral Gregorius XV stelden hem in het gebjk (constitutie Bomanae sedis). De N o b i 1 i werkte nog vele jaren en bekeerde bijna 100.000 Brahmanen. Negen groote en kleine werken in klassiek Sanskrit en Tamoul Het hij na en overleed in 1656. Later ontstond er over de Malabaarsche gebruiken, waarin De Nobili het accommodatiesysteem had gebruikt, een hevige strijd, die vooral door toedoen van den legaat Tournon en P. Norbert (Platei) zóó hoog bep, dat Benedictus XIV in 1744 de constitutie van zjjn voorganger introk en de genoemde gebruiken gedeeltehjk verbood *). Deze strijd met de genomen beshssingen, de verovering der Hollanders en Engelschen deden de missie veel schade. Na De N o b i1 i bewerkte nog de Zal. Joannes de B r i 11 o (f 1693) talrijke bekeeringen. De Malabaarsche provincie der Jezuïeten telde reeds in 1619 14 huizen met 150 missionarissen. Tonkin bekeerde 1667 5). Ook op den Indischen Archipel (Amboina, Ceram, Ternate en Moro) predikte Franciscus Xaverius (1546—1547). Zijn opvolgers verbreidden het geloof verder uit. Omstreeks 1596 waren

1) De Z. Bud. Aquaviva, miss. der Soc. van Jezus en zijne gezellen martelaars door H. T. S. J., Brugge 1893.

2) Dahmen S. J. Bob. de Nobili, Munster 1924. s) Müttbauer, S. 171 ff.

4) Constit. Omnium sollicitudinum 1744. Vgl. Müttbauer S. 262 ff. 6) Oourdin S. J., Voyages et missions de Père A. de Bhodes S. J. Lille 1884. Rom. du Caillard, Christianisme au Tonkin etc., Paris 1915.

Sluiten