Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

432

157. Buitenlandsehe missiën.

aan alle vreemden de toegang tot het land verboden. Zoo zwaar werd de verdrukking der christenen in Arima, dat zij zich in Simabara verschansten. Helaas leenden de Hollanders hun kanonnen aan de Japarmeezen, om de christenen te beschieten. Het was een schande voor den Hollandschen naam, dat zij de christenen hielpen opsporen; om toegang te hebben in Japan geen Zondag vierden, zelfs op hun schepen geen godsdienstoefeningen hielden, de christelijke jaaifelling niet bezigden. Terwijl in deze laatste vervolging alleen 80 Jezuïeten den marteldood ondergingen, woonden de Hollanders de Jesumi-ceremonie (het kruis-treden) bij, welke door de Japarmeezen werd geboden, om de van het christendom verdachten te weren. Of onze koopheden het kruis vertrapten, bhjkt niet genoeg ; wel, dat zij de plechtigheid bijwoonden. Eerst m het verdrag van 1855—56 vroegen de Hollanders de afschaffing der onchristelijke ceremonie1). Niettegenstaande de allerstrengste wetten bleven de christenen zich handhaven en stierven nooit geheel uit. In 1856 lagen er te Nangaski 70 in den kerker. Eerst 1873 hief men de vervolgingswetten op.

Omdat sommige Japanneezen weigerden het geloof te aanvaarden, wijl ook China 2) nog den godsdienst van Confucius en Boedha beleed, daarom richtte de H. Fr. Xaverius zich derwaarts, stierf echter op bet eiland Sancian (2 Dec. 1552) in het gezicht van het Hemelsche Rijk. Eerst 30 jaren daarna gelukte het M a 11 h. R i c c i S. J. 3), met een gezantschap binnen te dringen (1582). In het kleed der geletterden deed hij in de ongelofelijkste ontberingen de reis naar Peking. Om missionaris te kunnen zijn onder het volk, trad bij als wiskundige en wijsgeer op aan het hof. Drie prinsen en tal van mandarijnen won hij voor het geloof en vond in hen voor het missiewerk een krachtigen steun. In 1605 bestond in Peking een congregatie der Allerheihgste Maagd. Bij R i c c i's dood (1610) telde men in de provincie KeangNan alleen dertig kerken, na 6 jaren zelfs drie honderd over vijf provinciën verspreid. Onder de opvolgers van R i c c i muntte

J) Van Haren, Recherches hist. sur 1'état de la religion chrét. au Japon relativement a la nation hollandaise, Paris 1778. Baron de Hübner, Promenade autour du monde, 2 vols, Paris 1888, Tom. II, p. 110 ss. p. 135. Kaempfer, De Beschrijving van Japan, Amsterdam 1733, bl. 238 v.

2) Bartoli, Della Cina, vol. 1—4, Torino 1825 ss. Launay, Histoire des missions de la Chine, 3 vol. Vannes 1907—1908. Tacchi Venturi S. J., Opere storiche del P. M. Bicci S. J., Tom. I—II, Macerata 1911— 1913. Kath. Miss, 39, 1910.

s) Ch. de Ste Foi, Vie du R. P. Ricci, apötre de la Chine, Paris 1859.

Sluiten