Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

440

§ 158. Kerkelijke wetenschap.

3°. In de apologetische theologie was ongetwijfeld kardinaal Robertus Bellarminus S.J. (t 1621) x) de eerste. Sedert 1576 professor der apologie aan het Romeinsch college, gaf hij zijn beroemde Disputationes de controversiis fidei2) uit, die getuigen van groote scherpzinnigheid en eruditie, en uitmunten door heldere bewijsvoering en diepzinnige behandeling. Zeer dikwijls werd dit werk herdrukt en bestreden door bijna iederen protestantschen godgeleerde van naam. Ook de overige werken van Bellarminus hebben groote waarde, vooral zijn catechismus, die in gansch Itahë werd ingevoerd, en zijn ascetische tractaten 3). Zeker als tweede onder de polenüsch-historische theologen komt Dionysius Petavius S.J. (f 1652)*). Van 1621—1644 was hij professor der theologie te Parijs en niet alleen beroemd om zijn hoofdwerk : De theolog. dogmatibus 5), maar ook als chronoloog, geschiedkundige (Doctrina temporum, Uranologium, Eationarium temporum) en vooral als uitgever en kenner der oude schrijvers (S y n e s i u s, Themistius, Nicephorus, Epiphanius, Julianus Apostata)8). In dezelfde richting als Bellarminus in Itahë, werkte Canisius (t 1597) in Duitschland. Behalve zijn beroemden catechismus, die reeds in 1686 omstreeks 400 oplagen had 7), en zijn brieven, gaf hij het groote werk : Commentarii de verbi Dei corruptelis uit, waarvan het eerste deel handelt over den H. Joannes Baptist, het tweede De Maria Virgine incomparabili et Dei genitrice 8), dan de werken van Tauler, Cyrillus Alexandrinus, Hosius, Leo den Groote en de brieven van Hieronymus. Als zeer veelzijdige en vruchtbare geleerden stonden bekend Jacobus GretserS. J. 9)(t 1625) en A d a m T a n n e r S. J. van Innsbruck (f 1632), die eenige zeer goede speculatieve en een reeks polemische tractaten schreef 10). Scherp-

*) Couderc, Rob. Bellarmin, 2 vols 1893. De la Servière S. J., La théologie de Bellarmin, Paris 1909. Le Bachelet S. J., Bellarmin avant son Cardinalat (1542—1598), Paris 1911. Hij werd Zalig verklaard 1924.

*) De ed. Parisiensis 1608 ; Coloniensis 1619 en Pragensis 1721 beschouwt men als de beste.

*) Opp. Omnia, ed. Sirmond, Parisiis 1630 ss.

4) Chatellain, Vie du P. Den. Petavius, Paris 1884.

e) Ed. Barri—Ducie, 1864—1870, 8 Tom. in 4°.

•) De lijst der talrijke werken bij De Backer, II, 1891—1909.

7) De Backer, I, 1046—67. Braunsberger S. J., Petrus Canisius. Freib. 1917.

8) Parisiis 1584. Heilig en Kerkleeraar 21 Mei 1926.

9) Opp. ed. Batisb. 1734—41, 17 Tom. in fol.

10) Monachii 1599 ; Ingolstadii 1604, 1613.

Sluiten