Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 159. Kerkelijke kunst.

447

ren Baukunst 1913 ff. Herders Bilderatlas zur Kunstgeschichte, 146 Tafeln mit 1262 Bildern, Freib. i. Br. (1906). Jakob, Die Kunst im Dienste der Kirche, 5 Aufl., Landshut 1905. L. Pastor, Geschichte der Papste, III Band ; IV Band 1. 2. Freib. i. Br. 1899—1907. Müntz, Histoire de l'art pendant la Benaissance, 3 vols, Paris 1888 ss. Fr. X. Kraus, Geschichte der christl. Kunst, Band II, 2 : Benaissance und Neuzeit, Freib. i. Br. 1900. E. Frantz, Geschichte der christlichen Malerei, II Theil, Freib. i. Br. 1894. H. Wolfflin L'art classique. Initiation au génie de la renaissance italienne. Trad. Mandach, Paris 1911.

1°. Met het begin dezer periode begon ook ongeveer de bloeitijd der renaissance x) (1500—1580). In de bouwkunst ontwaarde men een streng logisch doorzetten der bestaande vormen. Veel minder werd er gelet op de afzonderlijke uitwerking der onderdeelen dan op den indruk van het geheel. Daarom hechtte men zeer veel waarde aan de systematische verhouding der verschillende deelen en streefde men eer naar soberheid dan overtolligheid in de versieringen. De kerken hadden gewoonlijk een koepel, zware pijlers en, in de plaats der vroegere kruis- of koepelgewelven, één tongewelf. Het ruime middelschip het slechts weinig plaats voor de zijschepen over, die zeer eng werden en vaak overgingen in kapellen tusschen de massieve pilaren. Alleen de voorgevel der kerk werd rijk versierd en stond meestal in geen verband met het inwendige van den bouw. Was voorheen Florence het middelpunt der kunstbeweging geweest, met Julius II en Leo X werd het naar Rome verplaatst. Van daar ging deze kunst allengs ook naar het noorden over.

Een grooten invloed oefende Bramante2) (1444:—1514). Zijn plan voor den St. Pieter te Rome, dien hij als een grootschen centraalbouw met koepel ontwierp, is later veranderd. Rafaël 3) stelde in 1515 voor, een der armen van het Grieksch kruis te verlengen en zich dus meer aan den plattegrond der oude basiliek te houden. In 1546 nam Michelangelo *) de leiding der werkzaam-

x) Oraf, Attraverso il Cinquecento, Torino 1888. Histoire de l'art pendant la Benaissance, Paris 1888 ss.

2) Pungileoni, Memorie ihtorno alla vita di D. Bramante, Boma 1836.

s) Geymüller, Baffaello come Architetto, Milano 1884. Crowe-Oavalcaselle, Baphael (D. Uebersetzung), 2 Bde. Leipzig 1883—85, Förster, .Baphael, 2 Bde, Leipzig 1867—1868.

4) Gotti, Vita di Michelangelo Bounarroti narata con 1'aiuto di nuovi documenti. 2 Tom., Firenze 1875.

Sluiten