Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

448

159. Kerkelijke kunst.

heden over. Hij vereenvoudigde het plan van Bramante en gebruikte als versiering reusachtige Korinthische pilaren en zuilen. Bij Michelangelo's dood (1564) naderde de koepel zijn voltooiing. Na hem bouwden aan den St. Pieter Fontana en Barozzi (Vignola). Maderna in 1605 met de afwerking belast voegde bij het plan van Michelangelo het schip en de voorhal. De ontwerper der colonnade was B e r n i n i. De oorzaak, dat de groote afmeting aanvankelijk niet den indruk maakt, dien men verwacht, ligt hierin, dat de reusachtige onderdeelen het geheel verkleinen. De koepel, ofschoon de grootste en schoonste der renaissance, komt van voren gezien, wegens het schip van Maderna, niet geheel tot zijn recht1). — In Boven-Itahë stond Venetië bovenaan, waar Sansovino2) (| 1570) het loggetta aan de (verwoeste) campanile en de bibhotheek van San Marco schiep ; te Padua bouwde R i c c i o de beroemde kerk S. Oiustina: te Piacenza bloeide Vignola (tl573), die ook de heerhjke kerk del Gem te Rome optrok ; te Genua ontwierp A1 e ss i Santa Maria di Carignano ;Palladiote Vicenza de basiliek en te Venetië S. Giorgio Maggiore. — In Frankrijk vertoonde zich de renaissance aanvankelijk aUeen aan versieringen : St. Pierre te Caen (1521) en St. Eustache te Parijs (1532) en bouwde later heerhjke paleizen. Tot het midden der XVI eeuw heerschte in Spanje de vroeg-renaissance in kerken en kloosters, de stijl van het bloeitijdperk zegevierde in het Escuriaal (1563) begonnen door Juan Bautista, eninde kathedralen van Grenada en Valladohd. Dj Engeland en de Nederlanden kon aan kerkelijke bouwkunst weinig worden gedacht 3). Ook in Duitschland ontstond maar één gebouw, dat hier in aanmerking komt. Het is de heerlijke, stout overwelfde St. Michielskerk te München (1583). De beeldhouwkunst van dit bloeitijdperk werd gekenmerkt door

*) H. v. Geymüller, Die ursprünglichen Entwürfe für St. Peter in Rom, nebst zahlreichen Erganzungen und neuem Texte zum erstenmal herausgegeben, 1 B. Text und 1 B. Tafeln, Wien—Paris 1875—1880. Mortier, 8. Pierre de Bome, Tours 1900.

*) Schönfeld, Andrea Sansovino und seine Sehule, Stuttgart 1881.

*) Over de profane bouwkunst der XVI eeuw, zie Weisstnan, deel II, Benaissance in het Noorden, bl. 187 vv. en vooral Galland, Ge, scbichte der holl. Baukunst und Bildnerei im Zeitalter der Benaissance, Frankfurt a. M. 1890.

Sluiten