Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

452

§ 159. Kerkelijke kunst.

kunst. Het uitgangspunt was Rome, waar Maderna werkte : Sta Susanna, facade van St. Pieter. De grootste in dezen stijl isBernini(t 1680): colonnade van St. Pieter en het baldakijnaltaar in diezelfde kerk. In denzelfden zin bouwde Borromini (•f 1667): St. Agnese aan de Piazza Navona, St. Ivo in de Sapienza en S. Carlo atte quattro Fontane. Te Venetië ontwierp Longhena den heerlijken koepelbouw S. Maria della Salute (1631), A. G a 1 i1 e i te Rome de facade van St. Jan van Lateranen (1734), Fuga de facade van S. Maria Maggiore (1743), J a v a r a te Turijn den centraalbouw op Superga (1717—1731). In Frankrijk ontstonden vooral schoone profane gebouwen. In Duitschland daarentegen verrezen talrijke kerken. De zetels der kunst waren vooral München, Weenen en Praag, waar ook Itabanen werkten : de dom van Salzburg door ScamozzienSantino Solari (1624), de dom van Passau door L u r a g h o (1664), St. Cajetanus in München door B a r e 11 a (1663), de hofkerk te Dresden door Chiaveri (1738). Te Weenen bouwde de beroemde Fischer van Erlachde Caroluskerk. Prandauer(f 1729) de abdij van Melk, Dinzenh o f e r den dom te Fulda (1704—1712). De Jezuïetenkerken in Zuiden Noord-Duitschland en België verschilden zeer veel. Zoowel de gothiek als het barok, waarin ze meestal gebouwd zijn, voegde zich naar de heerschende bouwtype des lands. Het spreekt dus vanzelf, dat de zoogenaamde Jezuïetenstijl tot de fabel behoort x). De voornaamste Jezuïetenkerken ontstonden te Keulen (1621—39), te Leuven (1671 voltooid) en te Antwerpen (1614—21). In Spanje werd alles overtroffen door de kerk Nuestra Sehora del Pilar te Zaragoza (1681), in Engeland door den St. Paul te Londen (17e en 18e eeuw).

De beeldhouwkunst dezes tijds vond behagen in hartstochtelijke uitingen en naturalisme. In Itahë stond B e r n i n i bovenaan en deed zijn invloed ook in de andere landen gevoelen. Ernstiger was Maderna (1636): Caecilia. Dj. Frankrijk was P u g e t de eerste meester (1694); in Spanje Hernandez (1613) en Zarz i 11 o (f 1781); te Berhjn A. Schlüter(t 1714). Aan kerkelijke beeldhouwkunst werd bij ons niet veel gedacht.

*) J. Braun S. J., Die belgischen Jesuitenkirchen. Freib. i. B. 1907. Dezelfde, Die Kirchenbauten der deutschen Jesuiten, t. a. p. 1908—1910. Dezelfde, Spaniens alte Jesuitenkirchen, Freiburg 1913.

Sluiten