Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

460

§ 160. Kerkelijk en zedelijk leven.

de heksenprocessen in de handen der inquisitoren te brengen en te houden, hetgeen echter mislukte. Nog altijd bleef de „heksenhamer" 1), opgesteld door de inquisitoren Henricus Institoris en Jacobus Sprenger, het richtsnoer der wereldlijke rechtbanken tegen de heksen ; of liever, men ging weldra veel verder in de folteringen, het getuigenverhoor, hchtgeloovigheid en kwam zoo tot de bloedige wreedheid der 16, 17 en 18 eeuw. La de roomsche landen, zooals Spanje en Itahë bleef het aantal heksenprocessen zeer gering. Te Rome heeft men nooit een heks verbrand. Frankrijk stond in redelijke zachtheid ver boven Engeland en Schotland, waar de processen vrij talrijk waren. Ook Nederland deed mee 2). Het meest heeft Duitschland op het geweten. Terwijl tot op het einde der XVT eeuw bijna alleen in de protestantsche gedeelten tegen de heksen werd geprocedeerd, spande na dien tijd gansch Duitschland tegen de ongelukkigen samen. Tal van onschuldigen kwamen om. Het eerst verhief zich Joannes We ij er, hjfarts des hertogs van Kleef, tegen de heksenvervolging (1563). Zijn boek De ■praestigiis daemonum maakte een diepen indruk. Da 1592 poogde de Hollandsche priester Cornelis Loos (Callidius), die, uit zijn vaderland verdreven, professor was te Trier, zijn De vera et falsa magia uit te geven met hetzelfde doel, werd echter door die van Trier verhinderd en moest herroepen. Anderen schreven vóór de heksenprocessen, Remigius, Boquet, P» i n s f e 1 d en vooral de vroegere jurist en latere Jezuiet D e 1 r i o 8), die zelfs door Justus Lipsius daartoe werd aangemoedigd. Verschillende Duitsche Jezuïeten spraken tegen de processen, bijzonder Laymann4), Tanner en Friedrich Spee5). De laatste gaf in 1631 zijn be-

1) Malleus maleficarum in tres partes divisus, in quibus concurrentia ad maleficia, maleficiorum effectus, remedia adv. maleficia et modus denique procedendi et puniendi maleficos abunde continetur, Francofurti 1588.

*) J- Weijer, De praestigiis daemonum et incantationibus ac veneficiis. Opp. Omnia, Amstelodami 1660, p. 1-^572: Lib. 6, cap. 11, § 10 ; p. 490—491. Vgl. Tijdschr. voor Geschied. D. XIV, bl. 257. Scheltema, De Heksenprocessen van 1593—1597 in de Nederlanden gevoerd, Geschied- en Letterk. Mengelwerk, IV, a. 264. Gachard, Anal. Belg. 211, 335.

3) Disquisitiones magicae, Lovanii 1599.

4) Het boek „Processus juridicus contra Sagas" is niet van Laymann. Zie Duhr S. J., Zeitschrift für kath. Theol. 1899—1901 en Hist. Jahrb. der Görresgesellschaft, 1903, S. 913—915. "

5) Het zeer redelijk schrijven van den Generaal Aquaviva (1589) bij Janssen, S. 664, noot 1.

Sluiten