Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 162. Theologische dwalingen.

473

toegaf. In de bepaling van het dogma, zoo zeide men, kan de Kerk onderwerping verlangen, in de besbssing echter over den zin eens schrijvers en of een bepaalde leer in zijn boek staat, enkel een eerbiedig stilzwijgen (silentium obsequiosum). Naast de verdediging van Jansenius begonnen zijn aanhangers den bittersten strijd tegen de Jezuïeten, omdat dezen met kracht optraden voor de Kerk tegen de Jansenisten. Het eerst werden zij aangevallen door Arnauld om bun ijver voor de veelvuldige communiex) ; wat later door Blaise Pascal, die door zijn Brieven 2), ofschoon overvloeiend van laster en onwaarheid, grootebjks bijdroeg om den Jansenistischen geest in Frankrijk te verbreiden. Alexander VII bevestigde nu de veroordeeling der Jansenistische stellingen (1656) 8), waarop aan de Fransche geestehjkheid een formulier, in den zin des Pausen gesteld, ter onderteekening werd voorgelegd (1657). Een hevig verzet van de zijde der Jansenisten, der nonnen van Port Royal en zelfs eeniger bisschoppen volgde hierop, onder voorwendsel, dat de assemblee du clergé geen recht had zulk een onderteekening te vragen. Toch vroeg Alexander VTI in 1664 de onderteekening van een dergelijk formulier, die echter eveneens door Arnauld, de nonnen van Port Royal en de bisschoppen van Beauvais, Angers, Alet en Pamiers werd geweigerd. De laatsten zeiden zelfs in een pastoraal schrijven, dat men in de quaestio facti enkel gehouden was tot het silentium obsequiosum, niet tot de innerlijke onderwerping, omdat de onfeilbaarheid der Kerk zich zóó ver niet uitstrekte. Dit schrijven werd echter door Alexander VII verboden *).

Intusschen beklom Clemens IX den pauselijken stoel. Negentien prelaten richtten een schrijven ten gunste der vier bisschoppen tot hem. De Paus vorderde de onderteekening van het formuher, hetgeen zij thans deden, maar in 't verborgen met de restrictie zich alleen te houden aan het silentium obsequiosum. Ook A r n a u ld en de nonnen van Port Royal onderteekenden aldus. Nu volgde met de breve van 19 Januari 1669 de zoogenaamde pax Chmentina,

*) Antoine Arnauld, De la fréquente Communion, Paris 1643.

2) Les Provinciales ou les lettres écrites par Louis de Montalte a un Provincial de ses amis et aux RB. PP. Jésuites, Paris 1656. Door Jovy (Pascal inédit, Paris 1908) wordt niet zonder grond beweerd, dat Pascal zich voor zijn dood van de secte zou hebben losgemaakt.

8) Constit. Ad Sancti Petri sedem.

4) Bauer, Stimm. a. M-L. 1873—1874. Bevue des Sciences ecclés. 1872—1873.

Sluiten