Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

486

§ 162. Theologische dwalingen.

perkingen vrijheid van godsdienst (1781), schafte het verkeer met den H. Stoel af, alsmede de facultates quinquennales, de exempties der regulieren en de voorrechten der geestehjken, voerde het placet in voor alle bullen en bisschoppehjke verorderiingen en trok de benoeming aller kanunniken aan zich. Zelfs schafte de keizer eigenmachtig huwehjksheletselen af, stelde andere in, en gaf de beslissing over huwelijkszaken aan de burgerlijke rechtbank. Ook de kloosterorden tastte Joseph II aan. De contemplatieve schafte hij geheel af en verminderde de overige. Alleen de orden, aan onderwijs en ziekendienst gewijd, werden gespaard, zoodat in zes jaren tijds (1781—1787) in Moravië 42, in Oostenrijk zelfs 700 kloosters verdwenen. De goederen kwamen aan het religiefonds, dat de keizer voor kerkehjke doeleinden gebruikte. In de overgebleven orden voerde hij de meest ingrijpende veranderingen in. Er zou geen band bestaan tusschen de huizen, geen verbinding met den generaal, geen exemptie, geen nieuweling mocht opgenomen worden zonder verlof der regeering, geen enkele overste voor het leven worden gekozen1). AUe congregaties en broederschappen smolt de keizer samen tot ééne : broederschap der werkdadige naastenliefde, die echter weldra wijken moest voor het instituut der armen. Wel werden er een groot aantal parochiën opgericht, maar aan de pastoors bevolen, deze te besturen volgens staats-kerkehjke wetten. AUe wetten moesten zij afkondigen van den kansel, in verdraagzaamheid ten voorbeeld zijn aan de geloovigen, de zuivere Evangehsche leer en zedenleer verklaren en gemengde huwehjken inzegenen. Om de geestehjkheid in de nieuwere denkbeelden op te voeden, schafte Joseph II de seminariën en kloosterscholen af en stelde daarvoor 4 seminaria generalia in de plaats te Weenen, Pest, Pavia en Leuven, met filialen te Gratz, Olmutz, Praag, Innsbruck, en Freiburg i. Br. In deze scholen, van de bisschoppen onafhankehjk, gaf men een opvoeding naar de beginselen des keizers. In dogmatiek en schiiffcuurverMaring heerschte rationalisme, in het kerkehjk recht de geest van Febronius, in de kerkgeschiedenis het vooroordeel van S c h r ö k h. Zijn werken met die van Dannemayer, Pehem, Eybel en anderen dienden in de voorlezingen als grondslag der kerkelijke

*) Wolf, Aufhebung der Klöster in Inneroesterreich, Wien 1871. Linderer, Die Aufhebung der Klöster in Deutschtirol, Innsbruck 1886. Archivalische Zeitschr. 1894, 1896 en 1897.

Sluiten