Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 162. Theologische dwalingen.

491

over hare leer 34 artikelen gesteld, die Fénelon en ook De la Motte Guyon onderteekenden. Daarop richtte Bossuet tot zijn geestehjkheid de „Ordonnance et instruction pastorale sur les ètats d'oraison" (1695), Fénelon daarentegen schreef zijn „Explication des maximes des saints sur la vie intérieure" (1696— 1697), welk boek groot opzien baarde. Een pennestrijd ontstond tusschen Fénelon en Bossuet, die zijn tegenstander bestreed en in de wederlegging der dwaling het motief der belooning ook voor den aet der volmaakte liefde (secundario) noodzakelijk noemde. Fénelon zond zijn boek ter beoordeeling naar Rome, waaruit Innocentius XII, 12 Maart 1699, 23 stellingen verwierp *). De voornaamste dwalingen zijn : Er is een status habitualis in de volmaakte liefde, waarin de mensch steunt noch op het motief der straf, noch op dat der belooning. Is men tot die volmaakte Hefde gekomen, dan heeft de ziel geen vrijwillig verlangen meer ; zij wil niets voor zich, maar alles enkel voor God. Zoolang de ziel nog overweging behoeft, leeft zij in een toestand van zelfzuchtige liefde. In den status passivus zoekt de ziel de reiniging door de biecht niet voor zich zelve, maar alleen als verheerhjking Gods. Naar men zegt, las de vrome en nederige F é n e 1 o n tot stichting der gansche Kerk in eigen persoon de veroordeeling zijner leer af van den kansel (25 Maart 1699) 2).

x) Denzinger, ed. IX, p. 278 ss. Breve Cum Alias 12 Maart 1699.

l) Gosselin, Hist. littéraire de Fénelon, Paris 1843. Broglie, Fénelon a Cambrai d'après sa correspondance (1699—1715), Paris 1884. Nouvelle revue théologique, 1904, fase. de nov. ; 1905, fase. de février. H. Druon, Fénelon, archevêque de Cambrai, Paris 1905. Deze beoordeelt den beroemden bisschop zeer streng. Cf. Masson, Fénelon et Madame Guyon. Documents nouveaux et inédits, Paris 1907.

Sluiten