Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 163. De Pausen tegenover het absolutisme.

501

(30 Aug. 1772), dat hij later met Z e 1 a d a, een Spaansch prelaat, verder uitwerkte tot de breve der opheffing. Nog meer dan een half jaar lang oefende men dwang uit op den Paus. Nogmaals trachtte deze tijd te winnen, sprak van veranderingen in de inleiding en in eenige artikelen, totdat hij eindelijk, naar het schijnt tusschen 8 en 17 Juni 1773, de breve Dominus ac Redemptor onderteekende x). Eerst 16 Aug. werd het stuk met de breve Oravissimis ex causis in de Jezuïetenkerk te Rome gepubbceerd. De opheffingsbreve telt de beschuldigingen tegen de Sociëteit van Jezus ingebracht op, maar rept met geen woord over de waarheid of valschheid daarvan. Als gronden der opheffing geeft de Paus op het behoud des vredes, de onmogelijkheid voor de Sociëteit, om in de toekomst nog zooveel goed te kunnen doen als voorheen, gronden eindelijk, die de Paus meende in zijn hart te moeten bewaren. Dat dit laatste niet kon doelen op schuld der Sociëteit, heeft een aberstrengst onderzoek later zonneklaar bewezen. De generaal werd in de gevangenis gezet, het proces bracht niets aan het Hcht. Clemens XIV overleed 22 Sept. 1774. De fabel, dat hij door de Jezuïeten werd vergiftigd, verdient geen weerlegging 2). Intusschen bleef God met de verdrukte Sociëteit. Clemens XTV zelf heeft de orde door de eigenaardige en exceptioneele afkondiging der opheffingsbreve gered. Terwijl de kerkebjke bullen en breven gewoonlijk kracht van wet erlangen door de promulgatie te Rome aheen, werd hier, om de goederen der Sociëteit tegen de roofzucht der regeeringen te vrijwaren, een uitzondering gemaakt. In zijn breve Gravissimis ex causis verordende Clemens XIV, dat de breve Dominus ac Redemptor door de bisschoppen moest worden afgekondigd in ieder huis afzonderbjk en aldus ten uitvoer gelegd. Na voorlezing zou de bisschop in naam des Pausen bezit nemen van alle roerende en onroerende goederen en de leden der opgeheven orde uit het huis verwijderen. In Pruisen en Rusland, waar de afkondiging der breve door Frederik II en Catharina werd verboden, bleef de Sociëteit wettig en rechtens bestaan, zelfs met voorkennis en toestemming van Clemens XIV 8).

x) De gewoonlijk aangenomen datum is 21 Juli. Maar volgens de depêches van Monino verwachtte deze de onderteekening op 8 Juni. Den 17 Juni schrijft hij : „De Paus heeft onderteekend." De breve vindt men in Buil. Bom. IV, 607 ss.

a) Duhr, Jesuitenfabeln, Freib. 1899, III Aufl., S. 62 ff.

') J. Clavê, Morts ou Vivants ï Suppression et Survivance de la Comp. de Jésus, Paris 1902, p. 121 ss.

Sluiten