Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 164. Ongeloof en voorbereiding tot de revolutie.

511

door Eulogius Schneider. Te Trier verspreidde Antonius Oehmbs

zijn rationalistische theologie. Ook te Mainz waren de universiteitsprofessoren rationalistisch gezind : de philosoof Dorsch onderwees Kant, Antonius Blau, een ongeloovige, de dogmatiek ; Laurentius Isenbiehl een rationalistische exegese. Niet beter was het te Würzburg en Ingolstadt. Aan de eerste universiteit onderwezen Oberthur, Rossbirt, Feder, Berg en de Kantsche wijsgeer Maternus Reuss; die van Ingolstadt was het middelpunt van het rationalisme in Beieren. Het kathobcisme kwijnde in Duitschland en ging zóó zeer achteruit, dat het zich eerst in de tweede helft der XIX eeuw kon hersteUen.

7°. Zooals in aUe andere landen drong ook het rationalisme in Nederland *) binnen, en wel des te spoediger en krachtiger, wijl hier bijna alle ongeloovige geschriften uit Engeland en Frankrijk werden vertaald of gedrukt. Reeds vroeg hadden hier de CoUegianten en Socinianen zich aan het gezag der Calvinisten onttrokken en zich een groote vrijheid van denken en handelen veroorloofd. Bij de eersten sloot zich omstreeks 1654 de jonge wijsgeer Baruch Spinoza 2) (t 1677) aan. Om zijn ongeloof door de Joden verstooten, werkte hij zijn leven lang aan zijn philosopbie en kwam tot een volslagen pantheïsme, dat ook buiten zijn kring aanhangers vond. Li ons land schreef de rationabstische Pierre Bayle zijn Dictionnaire hislorique et critique en won menigeen voor de vrijheid der gedachte. Men dweepte ten onzent met de geschriften van den Engelschen deïst L o c k e. De geleerde remonstrantsche hoogleeraar Jean Leclerc en de beroemde natuurkundige 's Gravesande waren de voornaamste verbreiders der Engelsche en Fransche geschriften, die ingang vonden in de beschaafde regentenkringen en bij de geleerden. Voltaire zelf bezocht herhaaldehjk de repubbek en telde er veel vrienden en aanhangers. Zijn Traité sur la tolérance werd vertaald en maakte een zeer diepen indruk.

*) P. J. Blok, Geschiedenis van het Nederlandsche volk, Deel 5 en 6, Groningen 1902—1904.

*) Meinsma, Spinoza en zijn kring. Vogels S. J., B. Spinoza, Studiën, Deel 48, bl. 441 vv. Kerlen S. J., t. a. p. Deel 67. Smidt, Spinoza en zijn kring. Dageraad 1895—1896. Leven van N. Mannen en Vr. II, 291. Revue des deux mondes, 1843, 1867. J. van Vloten et N. Land, Benedicti de Spinoza Opera, ed. altera, Hagae com. 1895, Tom. I—III. Dr. J. H, Leopold, Ad Spinosae opera postuma, Hagae Comitis 1902. St, von Dunin—Borkowski, S. J., Der junge de Spinoza, Leben und Werdegang im Lichte der Weltphilosophie, Munster 1901.

Sluiten