Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

518

§ 165. De Kerk tegenover de revolutie en Napoleon I.

de rede Weldra hadden de Montagnards onder Robespierre, Marat en Danton de overhand. Het schrikbewind (1793— 1794) nam een aanvang en bereikte het toppunt, toen Robespierre alleen zijn woest spel dreef. Van 10 Juni tot 27 Juh bestegen 2425 personen het schavot. Een groot aantal geestehjken viel aan die wreedheid ten offer, maar ook Robespierre zelf (27 Juh) en het grootste deel der dwaze revolutionnairen. Den 29 September eischte men van alle geestehjken den eed op de republiek, waartegen 75 bisschoppen in de ballingschap zich uitspraken. Eindelijk kregen de gematigde republikeinen de overhand en legden de uitvoerende macht in de hand van het directoire (1795—1799), dat regeerde met twee kamers. Dit was de nieuwe staatsregeling der convention nationale (1795). Nog eens kwam echter de streng republikeinsche partij aan het bestuur en vervolgde de emigrés, zond de geestehjken in ballingschap en verdrukte de Kerk. Altijd bedroevender werd de toestand des lands, de ontevredenheid groeide dagelijks aan. De oppositiepartij verbond zich met generaal Bonaparte2) die in October zegevierend uit Egypte terugkeerde en door den coup d'état van 9 November 1799 aan het directoire

een einde maakte.

3°. De Fransche Revolutie was voorbij, de orde hersteld en Napoleon eerste consul8). Terstond gaf hij aan Fraiikrijk een nieuwe constitutie, die in naam en in schijn republikeinsch, in werkelijkheid echter monarchisch was. Met zijn scherpen blik zag Napoleon weldra in, dat hij een volk zonder godsdienst moeilijk kon regeeren, en wendde zich daarom spoedig tot den Paus. Di Augustus 1799 was Pius VI in ballingschap overleden *). Hij had nog moeten zien, hoe Napoleon in 1796—1797 het Pausehjk gebied veroverde tot Tolentino, waar 19 Febr. 1797 de vrede werd gesloten. De legaties van Ferrara, Bologna en de Romagna kwamen aan Frankrijk. Toen in hetzelfde jaar 1797 de

!) A. Mathiez, La théophilanthropie et le culte décadaire (1796— 1801). Essai sur l'bistoire religieuse de la révolution, Paris 1904. Vgl. A. Mathiez, Les origines des eultes révolutionnaires (1789—1792) etc.. Paris 1904.

*) Détbas, L'église de France depuis la convocation des états gén. (9 Mei 1789) jusqu'a la chute du directoire (9 Nov. 1799), Toulouse 1853. II éd. 2 vols.

s) Von Landmann, Napoleon I, München 1903. Vandal, L'avènement de Bonaparte, 2 vols, Paris 1906.

4) Baldassari, Histoire de 1'enlèvement et de la captivité de Pie VI, Bruxelles 1840. Van Duerm, Le conclave de Venise, Paris 1896.

Sluiten