Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 166. Pausdom en Italië.

533

inmenging in de regeling van het bestuur en maakte daardoor den Paus bij de revolutionnairen nog meer gehaat. Oostenrijk hield Bologna, Frankrijk Ancona bezet (1832—1838). Intusschen richtte Gregorius XVI zijn oog op de verbetering der rechtspraak en der financiën en zag zich genoodzaakt bij den jood Rotbschild drie milboen scudi te leenen. Zijn streng optreden tegen de revolutie bracht hem eenige jaren rust. In het jaar 1843 begonnen de opstandelingen opnieuw. Er verschenen twee geschriften, die een zeer diepen indruk maakten. Het eerste was het boek Del primato morale e civile degli Italiani van Vincenzo Gioberti (1801—1852), dat den nationalen trots der Italianen voedde en een Italiaanschen bond onder den Paus als hoofd aanprees. Het tweede, Speranze d'Italia van Cesare Balbo, betrad den bodem der werkelijkheid^en gaf hoop op een spoedige bevrijding des vaderlands. Middelerwijl verspreidden Mazzini (f 1872), R i c c i a rd i, Fabrizi en Pepe revolutionnaire denkbeelden. F a r i n i schreef het Manijesto di Rimini. Ook de wetenschappelijke congressen van Pisa (1839), van Turijn (1840) en van Florence (1841) waren voorbereidingen tot de revolutie. Tegen al deze revolutionnaire bewegingen was de Paus zeer streng. Veel werkte hij daarbij op wetenschappebjk en kerkehjk gebied, stichtte de Musei Gregoriani en het Museo Etrusco, en promoveerde de beroemde kardinalen Mezzofanti en Angelo Mai. Herhaaldelijk trad Gregorius op als verdediger der Kerk, hield den keizer van Rusland tot tweemaal toe zijn wreedheid en onrechtvaardigheid tegen de kathoheken voor oogen en schreef zelfs gebeden uit tegen de verdrukking der Kerk in Spanje. Hij veroordeelde L a m e nnais (Paroles d'un croyant), de leer van Hermes enBautain. Onder Gregorius bloeide de Kerk en ontving een groot aantal nieuwe diocesen. Toch breidden de revolutionnaire ideeën zich altijd verder uit. Toen Gregorius 1 Juni 1846 overleed, was de omwentehng nabij. Noch zijn gestrengheid, noch de groote toegevendheid van zijn opvolger kon ze weerhouden.

4°. Pius IX (1846—1878), uit het huis derMastai Feretti, beklom op 54-jarigen leeftijd den pauselijken troon en regeerde, in de moeilijkste omstandigheden, langer dan eën zijner voorgangers 1). Zijn keuze werd begroet met uitbundige geestdrift,

x) Dr. W. J. F. Nuijens, Geschiedenis der regeering van Pius IX, Amsterdam 1862, 2 deelen. J. M. Ville Franche, Pie IX, sa vie, son

Sluiten