Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 166. Pausdom en Italië.

535

van Sardinië reeds sedert 1848 aan het hoofd der revolutionairen stond en niet zou rusten voordat hij het ééne Italië onder zijn schepter had vereenigd. De ziel dezer beweging tegen den kerkelijken staat was minister C a v o u r1), die van zijn jeugd af tot de revolutionnairen behoord had. Machteloos om tegen den wil van Oostenrijk zijn plan te volvoeren, zocht hij hulp bij Napoleon III. Door zijn politieke schranderheid wist hij de Franschen als bondgenooten te winnen. De eerste vrucht van dit verbond was de oorlog van Frankrijk-Sardinië tegen Oostenrijk (1859), dat verslagen werd te Magenta en Solferino en aldus Lombardije verloor. Toen bij het begin van dezen oorlog, op verzoek des Pausen, het Oostenrijksche leger de legaties verbet, hielden er tal van revolutionnairen en Piëmonteesche agenten hun intocht, bewerkten met geld en beloften het argelooze volk, dat zich weldra bij V i c t o r E m a n u e 1 aansloot. In Frankrijk werd de openbare meening bewerkt ten nadeele des Pausen door het vlugschrift Le Pape et le congres, dat de denkbeelden van Napoleon vertolkte, Rome en de Romagna voor den Paus als voldoende verklaarde. Hetzelfde schreef Napoleon einde December aan den Paus. Altijd driester werden nu de revolutionnairen. Op aandringen van Montalemb e r t werd de Pieterspenning 2) opgericht. Lamoricière vormde het corps der Pauselijke zouaven. In 1860 ontrukten de revolutionnairen den Paus de Marken en Umbrië, waar de dappere Pausehjke troepen onder Lamoricière bij Castelfidardo en Ancona voor de overmacht der Piëmonteezen moesten wijken. Het voorwendsel dezer veroveringen was het herstel der orde in het Pauselijk gebied. Openlijk verzette zich Napoleon tegen deze geweldenarijen, die hij echter goedkeurde in het geheim. Nog een derde zijner staten bleef den Paus over. Li 1861 verklaarde het Itahaansche parlement Rome tot hoofdstad van het koninkrijk. De Paus bleef standvastig en stond geen voet gronds af. Zijn troepen, gesteund door de Fransche bezetting, verdedigden zich dapper tegen de vrijbuiters van Garibaldi, die zij te Aspramonte versloegen (1862). Zonder voorweten des Pausen werd tusschen Victor Emanuel en Frankrijk de verraderhjke conventie van 1864 gesloten : de eerstgenoemde mocht zijn residentie van Turijn naar Florence verleggen, moest echter den kerkelijken staat onaange-

x) Fr. Xav. Kraus, Cavour, Die Erhebung Italiens im XIX Jahrhundert, Mainz 1902. Vgl. C. Wilde, Studiën, deel 58. !) C. Daux, Le denier de S. Pierre et., Paris 1907.

Sluiten