Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

538

§166. Pausdom en Italië.

rust met een alomvattend vernuft en groote diplomatieke schranderheid, trachtte de nieuwe ïaus den H. Stoel in gunstiger verhouding tegenover de hoven te brengen. Terwijl hij 21 April 1878 met de encycliek Inscrulabili protesteerde tegen den roof der kerkehjke staten, poogde hij den vrede met de andere vorsten te bewaren of te herstellen. Vooral op Duitschland richtte hij het oog en begon weldra met Bismarck onderhandelingen, die het einde van den Kulturkampf verhaastten. Een bijzondere voorliefde had Leo XIII voor de Oostersche volken ; te dien einde schreef hij een brief aan den keizer van Rusland, een encycliek over de H.H. Cyrillus en Metbodius (1880). Nadat de hiërarchie in Bosnië en Herzegowina was hersteld, het Arnieensche schisma geëindigd en M g r. H a s s o u n, de eerste oosterling na Bessarion, het purper had ontvangen, meende Leo XIII later ook de overige oostersche volken tot den waren schaapstal te kunnen leiden. Zijn encychek Praeclara (20 Juni 1894) is echter door den schismatieken patriarch Anthymus zeer bitter beantwoord 1). Den 15 Juni 1891 werd de hiërarchie in Japan hersteld, een maand daarna die van Mejico geregeld. Zeer groote verdienste heeft Leo XIII voor de historische studiën door de opening der Vaticaansche archieven (1883). Zonder vrees voor tegenspraak kan men hem noemen den Paus der beroemde encycheken, die uitmunten zoowel door haar inhoud, als door stijl en vorm. Hij richtte zich tegen het communisme en socialisme (1878), herstelde de gezonde wijsbegeerte volgens de beginselen van den H. Thomas (1879), onderwees de vorsten in de ware pohtiek (1881), veroordeelde de vrijmetselarij (1884), zette de christelijke constitutie der staten uiteen (1885). Bijzonder belangrijk waren zijn encycheken over de vrijheid van den menschelijken wil (1888), over den toestand der werkheden (Rerum novarum 1891), de bijbelstudie 1893, enz. De vroomheid van Leo XIII en zijn innige devotie voor de H. Maagd bleek bijzonder uit de encycheken over den Rozenkrans ; aan de „Koningin van den allerheihgsten Rozenkrans" wijdde hij de maand October (1883) en voegde dezen titel met dien van „Moeder van den goeden raad" bij de litanie van Loreto (1883 en 1903). Geen wonder, dat Leo XIII om znn wijsheid en voorzichtigheid van vorsten en volken een diepgevoelde vereering ondervond. In 1885 werd hij in het geschil over de Caroli-

*) Duchesne, Autonomies ecclésiastiques. Eglises séparées, II éd., Paris 1905, chap. III, p. 59—112.

Sluiten