Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 167. De Kerk in Spanje en Portugal.

541

echter ging de kerkelijke revolutie in een staatkundige over (1840). Isabella moest met haar moeder Spanje verlaten en de regeering overgeven aan Espartero, die volledig brak met den Paus en diens legaat verdreef. In 1841 was het aantal bisschoppen in Spanje tot zes gedaald. Tevergeefs protesteerde de Paus en zelfs werd zijn heerhjke Apostolische brief van 22 Februari 1842 veracht. In de gansche wereld verordende Gregoriu sJ^XVI gebeden voor Spanje. Het volgende jaar moest Espartero voor generaal N a r v a e s wijken en de vrede keerde terug. Mannen als B a 1 m e s (f 1848) enDonoso Cortes (f 1851) verdedigden de Kerk. Een concordaat kwam tot stand (1851) en bevestigde de goede verhouding met den H. Stoel1). Nogmaals kwam Espartero aan het bestuur (1854), deed echter spoedig opnieuw onder (1856). Wederom werd in 1859 een overeenkomst met den H. Stoel gesloten. De Kerk bloeide in Spanje weer op, totdat er in 1868 een vierde omwenteling plaats had en Isabella nogmaals werd verdreven (1869). De nieuwe constitutie der republiek was anti-kerkelijk en schadelijk voor den godsdienst. In 1875 beklom I s a b e 11 a's zoon Alphonsus XII den troon, maar bracht het land niet tot rust, omdat de legitimisten zich opnieuw verhieven onder Don Carlos, den kleinzoon" des bovengenoemden. Daarbij waren de ministeries onder Alphonsus XII meestal bberaal en bemoeilijkten zooveel mogebjk de Kerk. In 1889 werd het burgerlijk huwehjk facultatief gesteld. Het absolutisme van den staat benadeelt nog altijd de Kerk.

2°. Portugal werd in 1808 door de Franschen veroverd; de koninklijke famihe vluchtte toen naar Brazilië. Dit land rukte zich in 1822 van het moederland los, toen Don Pedro zich tot keizer van Brazihë het kronen. Li Portugal brak bij den dood van Jan VI in 1826 een burgeroorlog uit. Don Pedro keerde namelijk uit Brazihë terug, ontrukte de kroon aan zijn broeder Don M igu e 1 en schonk ze aan zijn dochter Maria da Gloria, die nu onder het regentschap haars vaders regeerde (1830). Deze heeft zich als kerkvervolger gebrandmerkt; hij nam bisschoppen gevangen, hief kloosters op, schafte de tienden af en zelfs de nuntiatuur. De patriarch van Lissabon, Patricius da Silva, gedroeg zich zeer laf. De vervolging werd na den dood van Don Pedro (f 1834) nog heviger, omdat door den prins van Co-

J) Nussi, Conventiones de rebus ecclesiasticis, Moguntiae 1870, p. 281.

Sluiten