Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 170. De Kerk in Duitschland.

551

achtergrond trad en daarenboven stond onder het toezicht van den staat. Van de achttien katholieke universiteiten was geen enkele over. Op de faculteiten voor kathoheke theologie hadden de bisschoppen geen invloed. Te Würzburg zou Paulus, die de godheid van Christus loochende, voorlezingen houden over theologie, Schelling over philosophie. Toen er geen studenten opkwamen, hervormde er de staat het groot seminarie 1).

2°. Onder al deze moeikjkheden moest in de verschillende Duitsche landen het verlangen naar concordaten 2) zeer levendig worden. Het eerst kwam er een overeenkomst tusschen Rome en Beieren tot stand. Ze werd den 5 Juh 1817 door Consalvi en den Beierschen onderhandelaar, wijbisschop Haffelin te Rome onderteekend en na eenige wijziging ook te München geratificeerd. Onder het aartsbisdom München-Freising kwamen de bisdommen Augsburg, Passau en Regensburg ; onder het aartsbisdom Bamberg de bisdommen Eichstatt, Würzburg en Spiers. Het benoemingsrecht der kroon was nog al te groot, van de andere zijde de dotatie der bisdommen, seminariën en eenige kloosters zeer gering. De kathoheke Kerk zou beschermd worden „met alle rechten en privilegiën, die haar volgens Gods verordening en de kerkehjke wetten toekomen". Het duurde niet lang of de regeering kwam op deze overeenkomst terug en vaardigde in 1818 het religie-edict uit, dat het concordaat wijzigde ten nadeele der Kerk 8).

Di 1821—1827 sloot Rome een concordaat met de staten (Wurtemberg, Baden, Hessen en Nassau), die de Kerkelijke provincie van den Boven-Bijn vormden. Een lange en moeitevoUe onderhandeling ging vooraf. Op voorstel en voorhchting van Wessenb e r g werd een Declaratie en een Organisch Statuut voorbereid. Het eerste werd den Paus aangeboden ; het tweede moest geheim gehouden, om na de oprichting der bisdommen als staatswet afgekondigd te worden. De Paus echter verwierp de Declaratie, waarop ze werd omgewerkt in het Fundationsinstrument, het Organisch Statuut in de Kirchenpragmatik. Dit laatste zou, bij welslagen

*) Kremer—Auenrode, Aktenstücke zur Geschichte des Verhaltnisses zwischen Staat und Kirche im 19. Jahrhundert, Leipzig 1873.

*) Nussi, Conventiones de rebus ecclesiasticis, Moguntiae 1870. Münch, Vollstandige Sammlung aller altern und neuern Konkordate, Leipzig 1830, 2 Bde.

s) Lerchenfeld, Zur Geschichte des Bayerischen Konkordates, Nördlingen 1883.

Sluiten