Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

568

§ 173. De Kerk in Rusland en Scandinavië.

H. Josaphat, door de kozakken vermoord. Hun Kerk raakte in verval en ging voortdurend achteruit, totdat onder Joannes Sobieski (1674—1696) de kathoheke geest herleefde. Het schisma verloor in aanzien en in 1710 ging de gansche Rutheensche geestehjkheid tot Rome over. De hereeniging werd op de synode te Samost (1710) bevestigd, waar 8 bisschoppen met 200 geestelijken vereenigd waren en de apostolische nuntius voorzat.

Een nieuw tijdperk van vervolging begon bij de deeling van Polen (1772—1795). Ofschoon Rusland beloofde de kathoheken van beide riten te beschermen, had juist het tegendeel plaats. Katharina II (1762—1796) hief 10.000 parochiën en 150 kloosters op en dreef 8 millioen geunieerden met geweld in het schisma. Paulus I (1796—1801) en Alexander I (1801— 1824) gedroegen zich veel billijker tegenover de kathoheken. De eerste was zelfs zeer gunstig gestemd, herstelde 6 bisdommen, beschermde de Jezuïeten en andere orden. Lang kon dit niet duren, omdat de schismatieke geestehjkheid en vooral de onwaardige Siestrencewics, metropoliet van Mohilew uiterst fanatiek was. Het Roomsch-Kaiholiek collegie van Alexander I dat het bestuur der kathoheken in de handen der meestal schismatieke wereldlijke ambtenaren legde, kon de Paus niet goedkeuren. In 1820 werden ook de Jezuïeten voorgoed uit Rusland verdreven. Nicolaas I (1825—1855) was een tiran voor de katholieken, hief de kloosters op, sloot de kathoheke scholen en dwong de Ruthenen om tot de scheuring over te gaan. Ook de Latijnen ondervonden een harde behandeling. De ontmoeting des keizers (1845) met Gregorius XVI had een concordaat ten gevolge (1847), dat echter niet tot uitvoering kwam. Alexander H (1855— 1881) wilde zelfs de Latijnen met geweld tot de Russische kerk brengen, wendde daartoe verbanning, kerkerstraf en terechtstelling aan en hief twee bisdommen op1). Alexander LU (1881—1894) sloot opnieuw een concordaat, dat echter weldra grootendeels buiten werking werd gesteld. Onder Nicolaas II (1894) bleef aanvankelijk de tirannie van den staat bestaan. Eerst de ongelukkige oorlog met Japan (1903) en de inwendige woebngen brachten verandering. Sedert 1905 is het verlaten der staatskerk en het toedienen der sacramenten aan bekeerden niet strafbaar meer. Ook werd een begin met de burgerhjke gelijkstelling gemaakt,

i) Archiv für Kirchenrecht, Band 39, S. 428 ff., Band 42, S. 447 ff.

Sluiten