Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 176. Ontwikkeling der kerkelijke leer.

581

labe praeservatam immunem, esse a Deo revelatam atque ideirco ab omnibus fidelibus firmiter constanterque credendam" x).

2°. Den 8 December 1864 vaardigde Pius IX de encycliek Quanta cura uit en daarmee den beroemden SyUabus 2), bevattend de voornaamste dwalingen des tijds, die reeds vroeger in allocuties, buUen en andere pausebjke brieven waren genoteerd. Di deze 80 stellingen veroordeelde Pius IX vooral den modernen geest en leerde aldus den kathobek zich te wachten voor de verderfelijke theorieën eener half of heel ongeloovige wereld. Eerst richtte de leeraar der volken zich tegen het naturabsme en rationalisme, waarvan het eerste den bovennatuurhjken oorsprong des christendoms loochent, het tweede het menschehjke verstand bovenmate verheft en vrij maakt van het gezag des geloofs. AUe uitvloeisels van het rationahsme zooals het mdifferentisme, latitudinarisme, communisme, sociahsme, geheime genootschappen en hberale vereenigingen werden verworpen ; dan een reeks van dwalingen met betrekking tot Kerk en staat, tot het christehjk huwehjk en de wereldlijke macht des Pausen. Toen reeds veroordeelde Pius de stelling, dat de Paus zich verzoenen moet met den vooruitgang, het liberalisme en de moderne beschaving. Dat de Syllabus, die den vinger legde op de wonde der maatschappij, allerhevigst zou worden bestreden, was te verwachten. Zelfs in onzen tijd is de woede der vrijmetselaars, ongeloovigen en gewetenlooze staatsheden nauwelijks bekoeld. De rechtgeloovige katholieken daarentegen verheugden zich zeer, omdat de SyUabus daar staat als een vuurbaak, die den koers door de woelige zee der nieuwere dwahngen aanwijst.

3°. Lvhetzelfde jaar 1864, den 6 December, vroeg Pius IX het gevoelen .der kardinalen aangaande een oecumenische synode, die de ware middelen zou beramen voor het heü der Kerk, tegen de rampen des tijds. Het volgende jaar werd een commissie van kardinalen benoemd, die reeds in April en Mei 1865 aan 36 westersche bisschoppen de vraag stelde, wat er aan leer en tucht op het concilie zou worden behandeld. Het jaar daarop werden dergehjke brieven aan oostersche bisschoppen gezonden. Di 1867 vormde men bijzondere commissies voor de verschillende stoffen.

x) L. Kosters S. J. Maria die unbefleckt Empfangene. Geschichtlichtheologisehe Darstellung, Regensburg 1905.

») Denzinger, ed. IX. p. 371—386. Ed. X, No. 1700—1780. Lehmkuhl, Theologia Moralis, ed. VIII, p. 782 ss. Arehiv für Kirchenrecht, Band XIII, S. 314 ff.

Sluiten