Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

582

§ 176. Ontwikkeling der kerkelijke leer.

Nadat Pius IX aan meer dan 500 bisschoppen, die voor het eeuwfeest der Apostelen Petrus en Paulus aanwezig waren te Rome, zijn plannen ontvouwd had, riep hij met de bul Aetemi Patris (29 Juni 1868) alle bisschoppen op naar het Vaticaansch concilie 1), dat den 8 December 1869 zou worden geopend. De breve Arcana divinae Providentiae (8 Sept. 1869) noodigde de schismatieken, die van 13 September, Jam vos omnes, de protestanten uit. Slechts enkelen der laatsten (Guizot, Pusey, Reinhold en Baumstark) erkenden de goede bedoeling des Pausen. Aanleiding tot een grooter verbittering in den strijd, die reeds vroeger was begonnen, gaf een correspondentie uit Frankrijk in de Civilta Cattolica, Februari 1869 2), die zeide, dat de goeden de definitie der onfeilbaarheid en van den SyUabus wenschten. Een hevige pennestrijd ontbrandde 3). De eerste zitting had plaats den 8 December 1869 en diende aUeen tot opening van het concibe. In de tweede zitting, den 6 Januari 1870 legden de vaders de geloofsbebjdenis van Trente af. In de volgende zittingen zou de eigenbjke werkzaamheid beginnen. Er was besloten, dat behalve de kardinalen en bisschoppen nog stemrecht zouden hebben de titulaire bisschoppen, de generaals en generale abten der religieuze orden en de onafhankelijke prelaten (praelati nullius), de procuratoren der bisschoppen echter en de vicarii capitulares aUeen bet recht van onderteekening. Tijdens de hoogste voltalligheid waren 747 stemgerechtigden aanwezig. De vier deputaties brachten haar schemata over zaken des geloofs, der tucht, der religieuze orden en der missies in de generale congregaties (88), waar ze werden goed- of afgekeurd voor de plechtige zittingen (4). Het eerste schema : „Over het kathoheke geloof" werd den 24 April 1870 in de derde zitting eenstemmig aangenomen. Het handelt over den Schepper, de openbaring, het geloof en de verhouding tusschen

*) Collectio Lacensis. Acta et decreta s. conciliorum recentiorum, VII. Freib. 1886. Friedberg, Sammlung der Aktenstücke zum ersten Vat. Concil. Tüb. 1872. Martin, Die Arbeiten des vatik. Konzils, Paderborn 1873. Denzinger, ed. IX, p. 386 ss. Ed. X, No. 1781 ss.

*) Civilta, Ser. VII, vol. V, p. 345 ss.

s) (Döllinger) Janus, Der Papst und das Concil, Leipzig 1869. (Hergenróther) Anti-Janus, Freiburg 1870. Le Concile in Le Correspondant, Oct. 1869. Dupanloup, Lettre au clergé de son diocèse, 11 Nov. 1869. Mgr. Maret, Du Concile général et de la paix religieuse, Paris 1869. P. Qrairy, Lettre a Mgr. Deschamps, Paris 1870. Coblenzer Laienadresse, Coblentz 1869. Adresse der Katholiken im Zollparlament. Hist. Pol. Bl. Band 69. Bij dezen nog zeer vele anderen.

Sluiten