Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

588

§ 177. Religieuze orden en congregaties.

Voor de Fransche revolutie hadden de Kartuizers 135 huizen, die nagenoeg alle werden vernietigd. Zeer langzaam ging in de XIX eeuw het aantal vooruit en bedraagt heden omstreeks 30 huizen1).

De Praemonstratenzen verhieven zich allengs rut de verdrukking, maar bezitten heden nog niet meer dan 25 kloosters in België, Nederland, Frankrijk, Oostenrn^-Hongarije 2), Duitschland en Amerika.

De vroeger zoo talrijke Augustijner-Eremieten richtten in 1895 drie provinciën op: Holland, Duitschland en Spanje en bezitten thans omstreeks 200 huizen met bijna 2500 leden.

Ook de orde der Karmelieten ging vooruit en telde op het einde der XIX eeuw omstreeks 2800 leden. Ruim 1800 behooren tot de ongeschoeiden, omstreeks 1000 tot de geschoeiden.

Groote verdrukkingen beleefden de Franciscanen in het Zuiden van Europa. Leo XIII nam zelf het protectoraat der orde op zich en vereenigde de vier familiën der Observanten (1897), die omstreeks 17000 leden tellen s). Ook de Capucijnen gingen zeer sterk vooruit en kunnen thans op ruim 12000 leden roemen, terwijl ook de Conventueelen tot ruim 1600 zijn aangegroeid. De orde der Garissen bestaat vooral in Itahë en heeft 1400 huizen met omstreeks 10000 rebgieuzen. Di 1883 werd door Leo XHI de derde orde verbeterd, haar regel verzacht en voor velen toegankebjk gemaakt *).

Voor de orde der Predikheeren brak met Lacordaire een bloeitijdperk aan. Terwijl ze zich over de gansche aarde verspreidde en vooral uitmuntte in wetenschap en welsprekendheid, steeg haar aantal tot bijna 7000 leden 5).

De Servieten bloeien in de laatste tijden weer op, vooral in Itahë, Oostenrijk-Hongarije, Amerika, Engeland en België, en tellen 8 provinciën.

De Sociëteit van Jezus, opgeheven door Clemens XIV, bestond in Rusland wettig voort en bracht aldus den geest der orde over tot de XIX eeuw. Na het herstel der orde, 7 Augustus 1814 begon het tijdperk van vervolging en bloei opnieuw. Terwijl de tronen der Bourbons omver werden gestooten, groeide de sociëteit voortdurend aan, zelfs veel spoediger dan voor de opheffing

*) Der Karthauserorden von einem Karthauser der Karthause Hain, Duimen 1892.

2) Stimm. a. M.-L. Band 46, S. 577.

3) F. van Berlo O. F. M. L'Orde des frères mineurs en Belgique depuis son rétablissement (1833—1908), Malines 1908.

4) Vgl. P. Braunsberger, p. 54—55.

6) L'Année Dominicaine, Paris 1897. Voor Nederland zie 67. A. Meijer, Gedenkboek van de Dominicanen in Nederland, 1803—1910, Nijmegen (1912).

Sluiten