Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 179. Kerkelijke wetenschap.

599

de Bonald, Frayssinous, Chateaubriand1), de vier groote redenaars van Notre Dame te Parijs, Lacordaire O. P., de Ravignan S. J., Félix S. J. enMonsabré O. P. ; dan Mgr. F r e p p e 1, Mgr. Dupanloup, kard. Pie, N i c o 1 a s. Ook de Engelsche Kerk zette zich dapper te weer en roemde bijzonder opChalloner, Milner, Howard, Wiseman, Manning, Newman en Faber. Ten onzent Pater de Oroot O. P. Vooral in Duitschland kwamen zeer degelijke apologieën uit van Drey, Vosen, Hettinger, Weiss, Gutberlet, Schanz en Schel 1. De laatste is van de ultra-moderne richting. Ook in Frankrijk is de apologie op een dwaalweg geraakt 2).

4°. De dogmatiek was in het begin der XIX eeuw zeer laag gedaald en stond onder den druk der rationabstische wijsbegeerte. Van de positieve methode, door Liebermann, Heinrich, P. H i 1 a i r e 0. O, P e r r o n e S. J., en P a s s a g 1 i a S. J. beoefend, kwam men eindehjk terug tot de middeleeuwsche scholastiek. Groote verdienste voor de neoscholastiek hadden : D e San S. J., Scheeben, K. Werner, Kleutgen S. J., S t ö c k 1, kard. Franzelin S. J. Zeer veel werkten Palmier i S. J., kard. G o u s s e t, aartsbisschop Kenrick, Denzinger. Goede handboeken leverden P e r r o n e S. J., B e rlage, Dieringer, Hurter S. J. enPesch S. J. ; in ons land Mannens, Van Noort en Beijsens, in België kard. Mercier. Dide geschiedenis der dogma's en Vaders zijn de eersten :Möhler, Schwane, Bach, Mgr. Ginouillac, Kihn, Fessle r-J ungmann, Bardenhewer en Funk.

5°. In de moraal hebben de theologen der XIX eeuw uitstekend gewerkt. Men denke aan het handboek van G u r y en de werken van G o u s s e t; aan Scavini, Ballerini S. J., Frassinetti, Berardi; aan L e h m k u h 1 S. J., A e r tnys C.SS.R., Génicot S. J., Mare C.SS.R., Konings, Bouquillon, Vermeersch S. J. enz. Ook bewegen zich verschillende tijdschriften op dit gebied.

6°. Het kerkelijk recht vond eveneens zeer geleerde vertegenwoordigers. Duitschland roemt opWalter, Permaneder, Phillips, Aichner, Heiner, Sagmüller, Schult e, Vering. Voor de literatuur werkten vooral Maassen en

J) Génie du Christianisme, Paris 1802.

a) De Oroot S. J., Studiën, D. 62 (1904): Een nieuwe grondslag voor de Apologie.

Sluiten