Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

604

§ 181. Kerkelijk leven.

1°. Een zeer ingrijpende wijziging bracht de Fransche revolutie en de XIX eeuw in de verhouding van Kerk en geestehjkheid tot den staat. In vele landen heerscht er scheiding tusschen Kerk en staat. AUe privilegiën der geestehjkheid zijn verdwenen: b.v. het jus asyli, het privilegium canonis, het kerkehjk tiendrecht, de vrijheid der kerkehjke goederen van belasting. De secularisatie heeft aUe wereldhjk bestuur aan de geestehjkheid ontnomen. Ofschoon de Kerk althans in beginsel aan sommige dezer voorrechten vasthoudt, heeft zij toch de rechtstoestanden (temporum habita ratione) in eenige concordaten moeten erkennen. Met deze berooving werden echter ook tal van misbruiken voor goed onmogehjk gemaakt. Op de eerste plaats behoorden hiertoe de commenden, waardoor nog na het concilie van Trente aan met-regulieren prioraten en zelfs abdijen werden vergeven. Wijl ook de adel zijn voorrechten verloor, heerschte er meer vrijheid in de benoeming der * bisschoppen en kanunniken. Een bisschop is thans geen vorst of soldaat meer, maar uitsluitend bestuurder en herder zijner Kerk en heeft sedert de secularisatie maar één diocese.

2°. De kerkehjke feesten pro foro werden in de XIX eeuw niet vermeerderd, maar die pro choro namen aanmerkehjk toe. Dj. Juh 1910 bracht Pius X met het motu proprio Supremi Disciplinae in het aantal feestdagen groote verandering. Maar 8 blijven er over, te vieren als Zondag : Kerstmis, Besnijdenis, Drie-Koningen, Hemelvaart, Onbevlekte Ontvangenis, O. L. V. Ten-hemel-opneming, Petrus en Paulus, Allerheiligen. Geen dezer feesten, reeds vroeger in eenige landen afgeschaft, wordt door dit motu proprio weer ingevoerd. De liturgische feesten bbjven wat ze waren. AUeen de verphehting van Mishooren en van onthouding van slafehjke werken is weggenomen. Het feest van den H. Jozef heeft een Octaaf en is verplaatst op den Zondag na 19 Maart. Daarenboven heeft dezelfde Paus door de bul Divino afflatu van 1 November 1911 een nieuw Psalterium en daarvoor noodige veranderingen in het Brevier voorgeschreven, welke den 1 Januari 1913 verplichtend werden. Een groot aantal heiligen ontvingen in den loop der eeuw ofwel een nieuw officie ofwel in den feestkalender een hoogeren rang : b.v. Timotheus, Titus, Ignatius M., Polycarpus, Justinus, Joannes Damascenus, Bonifatius, CyrillusenMethodius, Cyrillus van Jerusalem, Cyrillus van Alexandrië, Augustinus van

Sluiten