Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 181. Kerkelijk leven.

605

Engeland, Josaphat, de H. Joachim, MariaVisitatie, Onbevlekte Ontvangenis, de H. Joseph, die tevens tot patroon der Kerk werd verheven (1870). Tot kerkleeraren werden verklaard: Petrus Damianus (1828), Bernardus (1830), Hilarius van Poitiers (1851), A1 p h o n s u s de Liguori (1871), Franciscus van Sales (1877), Venerabilis Beda (1899), Petrus Canisius, (1925), terwijl Thomas van Aquine den titel van „patroon der Kathoheke scholen" ontving (1880).

3°. Het aantal devoties nam zeer toe. Bijzonder het veertigurengebed werd menigvuldiger, zoodat in veel diocesen iederen dag minstens één kerk of kapel aanbidding heeft. Ook de godsvrucht voor de oefening van den kruisweg groeide sterk aan. Bovenal echter is de devotie tot het H. Hart van Jezus tot een nooit gekende hoogte gestegen. Pius IX strekte het feest tot de geheele Kerk uit. Leo XHI verhief het tot den rang van duplex primae classis. Zelfs werd de gansche wereld plechtig toegewijd aan het H. Hart (1900). Ook de devotie tot het aUerreinste Hart van Maria werd door Pius IX bevorderd. De viering der Meimaand werd algemeen; die der Octobermaand door Leo XIII, te gelijk met den rozenkrans, in herhaalde breven voorgeschreven.

4°. Over het algemeen werd de vasten en abstinentie overal verzacht, vooral in de noordelijke streken met gemengde bevolking. Dj. vele bisdommen gaf men dispensatie voor de vasten der kruisdagen en voor de abstinentie van den Zaterdag. Betrekkelijk de vastenspijzen in de hotels was men zeer toegevend. Een algemeene verordening voor abstinentie en vasten scheen niet gewenscht en daarom werd aan de bisschoppen de volmacht gegeven aangaande sommige punten naar omstandigheden te beshssen.

5°. Was de XVTII eeuw en het begin der XIX een tijd van groote onverschilligheid en koudheid, sedert die dagen ging het geestelijk leven van bet kathoheke volk gestadig vooruit. Veel menigvuldiger werd het ontvangen der HH. Sacramenten, het deelnemen, aan congregaties en H. Families, aan volksmissiën, retraiten en kerkehjke broederschappen. In een zeer hoogen bloei verheugen zich de Eucharistische en Maria-congressenx). Zeer

x) J. Vandon, L'oeuvre des congrès Eueharistiques, ses origines, Paris 1910. Vgl. Civ. Catt. 1 Oct. 1910, p. 80 ss.

Sluiten