Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE HOOFDSTUK.

Het protestantisme en de schismatieke kerk van het oosten.

§ 182.

Protestantisme.

Hering, Geschichte der kirchlichen Unionsversuche, Leipzig 1636. Stahl, Die lutherische Kirche und die Union, Berlin 1859. Zenker, Der Gustav-Adolf-Verein in Haupt und Gliedern, Leipzig 1882. Bost, Der Prot. nach protestantischen Zeugnissen 1920, Fr. Hettinger, Die Crisis des Christenthums, Freiburg 1881. Stimm. a. M.-L. Jahrg. 1872. Bauwenhoff, Geschiedenis van het Protestantisme, Haarlem 1871, III Deel. Zahn, Abriss einer Gesch. der evang. Kirche auf dem europaischen Festlande im 19. Jahrh. 3 Aufl. Stuttgart 1893. Kissling, Der Deutsche Protestantismus, 2 Bande, Münster 1917—1918.

1°. Herhaaldelijk was er sedert de XVI eeuw een poging gedaan, om de Lutherschen met de gereformeerden te vereenigen, maar altijd tevergeefs. In het jubeljaar 1817 kwam eindelijk in Duitschland door de tusschenkomst van Frederik Wilhelm de Unie x) tot stand. Het Lutheranisme en het Calvinisme zouden worden samengevoegd tot één kerk, die het met-wezenlijke achterwege het, daarentegen het wezen des christendoms, waarin heide belijdenissen het eens waren, vasthield. Da den beginne hep alles nog al voorspoedig. Niet alleen in Pruisen nam men de Unie aan, maar ook in Nassau (1817), in de Palts (1818), Wurtemberg (1820), Baden (1821) en Hessen (1822). De agenda van

!) Scheibei, Aktenmassige Geschichte der neuesten Unternehmung einer Union, Leipzig 1834, 2 Bde.

Sluiten