Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

610

§ 182. Protestantisme.

dogma's en werd weldra liberaal en een kerk zonder geloofsbelijdenis genoemd. De orthodoxen begonnen aan afscheiding te denken, de predikanten H. de CockenP. H. Scholte verhieven zich met kracht tegen zoo ergerhjke dwalingen en brachten hun volgebngen samen tot een kerkgenootschap, dat spoedig de Kerk der afgescheidenenx) werd geheeten. De regeering verzette zich tegen de vorming van afzonderhjke gemeenten, dreef ze uiteen en strafte met inkwartiering. De afgescheidenen bleven standvastig, stichtten een seminarie te Kampen (1854), nadat zij eindehjk van Willem II de vrijheid hadden ontvangen. Toch duurde het nog tot 1870, eer zij met andere kerken op één hjn werden gesteld 2).

Een andere krachtige opwekking van den kerkebjken geest was het zoogenaamde réveil 8), dat, ofschoon van Génève overgekomen, een echt Nederlandsch karakter aannam en mannen als Da Costa, Groen van Prinsterer, Heldring, Wormser, enz. enz. bezielde met hernieuwde godsvrucht en werkzamen ijver. Wedergeboorte; persoonlijk geloof in de godheid van Christus en de inspiratie der H. Schrift enz., niet de stichting van een kerkgenootschap, was het doel. Tegenover dezen stond niet aUeen de ethische richting 4) van Chantepie de la Saussaye, die eigenhjk geen bepaalde dogma's had, maar vooral de moderne richting 5), die hoofdzakebjk in de Tübinger school haar oorsprong had, van orthodoxe theologie niets wilde weten, zich tevreden stelde met wijsgeerige zedekunde en voor godsvrucht nam een ethisch humanisme. Was hun geloof zeer gering, hun wetenschap stond des te hooger, gebjk geleerden als Opzoomer, Scholten, Hoekstra, Rauwenhoff, Kuenen, Tiele, Pierson, Revilleen anderen bewijzen. Jammer is het echter voor hun godgeleerde wetenschap, dat sommigen te zeer aan den leiband gingen der Tübinger school, wier methode lang is verworpen. Tegen het moderne geloof staan heden de zoogenaamde gereformeerde kerken. Groen was reeds in zijn tijd niet tevreden over de vrijzinnigheid der algemeene

*) Schot, Voorbereiding en aanvang der in de N. H. Kerk in de eerste helft der XIX eeuw voorgevallen afscheiding, Utrecht 1849.

a) Ter Haar, Afscheiding en Doleantie in verband met het kerkbegrip, Leiden 1890.

s) Wagenaar, Het „Réveil" en de „Afscheiding", Heerenveen 1880.

4) Bavinck, De theologie van Prof. Dr. D. Chantepie de la Saussaye. Bijdrage tot de kennis der ethische theologie, 2e druk, Leiden 1903.

s) A. Pierson, De oorsprong der moderne richting, Haarlem 1862. A. Bevitte, Het goed recht der moderne richting (uit het Fransch), Haarlem 1864.

Sluiten