Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16

dezen leerstoel, dat hiertoe moest leiden. Krabbe heeft toch de staatstheorie, die onder de staatsrechtsgeleerden, welke zich niet op theocratischcn grondslag sjelde^i, wel het meest werd aangehangen, .d^„theMe,,l,diers-taatssQnyereinite^ aan een vernietigende kritiek onderworpen. Deze theorie beschouwde den staat als het centrum van alle gezag; zij identificeerde gezag met macht, feitelijke macht in den zin van „Fahigheit seinen Willen anderen Willen unbedingt zur Erfüllung auferlegen, gegen anderen Willen unbedingt durchsetzen zu können" (Jellinek).

Dat de staat machtscentrum is, werd ten slotte als een gegeven verschijnsel aanvaard; dat is „van nature" zoo; „der Staatswille ist mit der öffentlichen Gewalt ausgestattet von Natur" (Otto Mayer); „der Staat ist die mit ursprünglicher Herrschermacht ausgestattet* Verbandseinheit sesshafter Menschen" (Jellinek). ^J^^f C

Deze beschouwing neeft Krabbe in steeds meerdere mate onbevredigd gelaten. Zij scheen hem niet in overeenstemming met de leer van den rechtsstaat, met het meer en* meer aanvaarde beginsel van „the rule of law", tot innerlijke tegenspraak en gewrongen constructies leidend (b.v. bij de erkenning van de gebondenheid van den staat aan de normen van het privaatrecht) en met de feiten in flagranten strijd. „De wetgever kan de rechtsvorming njgjyn^jio^oljs^^ Hij heeft dit machtwoord wel dikwijls gesproken, maar reëele beteekenis heeft dit nooit gehad, omdat het rechtsbewustzijn des volks zich op andere wijze uit, zoodra het wettelijke recht daarmee niet meer in overeenstemming is," aldus Krabbe in zijn veelbesproken en veelbestreden „Lehre der Rechtssouveranitat." En dan volgen de welsprekende, door een sterke overtuiging gedragen woorden: „Die im Rechtsbewusstsein der Volksgenossen tatige geistige Macht kann durch eines Menschen Wort nicht entkraftet werden. Sie untergrabt, wo sie nicht formell durchbrechen kann, und der Wille des Gesetzgebers, auf Pergament gemalt oder in steinerne Tafeln eingegraben, wird, wie die Geschichte aller

Sluiten