Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

vertrouwen, dat de hartelijke vriendschap, die tusschen ons en onze gezinnen bestaat, zal blijven voortduren.

Dames en Heeren Studenten.

Uit het gesprokene zult gij, hoop ik, den indruk hebben gekregen, dat de staatsrechtswetenschap een levend vak is, dat vertakkingen uitzendt naar rijke nevengebieden. Een vak, dat, behalve op Uw energie, op de lenigheid van Uw voorstellingsvermogen een beroep doet, dat veelzijdige waarneming en, niet het minst, objectiviteit eischt. Objectiviteit, wetenschappelijke zakelijkheid is nu wel haast nergens zoo moeilijk te betrachten als op dit ons gebied, waar zoo groote, onmiddellijk gevoelde belangen bij de vraagstukken, waarmee onze wetenschap zich bezighoudt, zijn betrokken; bijna nergens bedreigen sterke vooroordeelen, sterke sympathieën voor- en antipathieën tegen bepaalde verschijnselen-complexen en vormingen zoozeer het regelmatige, enkel op zuivere waarheid gerichte onderzoek. Is dit in het huidige tijdsgewricht in bizondere mate het geval? Er is in de mentaliteit van velen van de tegenwoordige generatie iets, dat mij telkens weer doet denken aan een plaats bij Polybios en mijn bewondering voor zijn scherpzinnigheid, zijn onvervaarden werkelijkheidszin, zijn psychologische „Einfühlung" vergroot. Het is die merkwaardige plaats, waar hij zijn beschouwing geeft over den kringloop der staatsregelingen, en hij den overgang van den eenen staatsvorm in den anderen psychologisch tracht te verklaren. Na den overgang van de oligarchie in de democratische ordening te hebben geschetst, gaat hij door: „als echter nieuwe generaties opgroeien en aan de zonen der zonen de demokratie wordt overgedragen, dan hechten zij geen groote waarde meer aan de gelijkheid en de vrijheid, omdat zij aan deze goederen gewoon zijn geworden." Is het skepticisme tegenover onze vrije staatsinstellingen, dat meerderen uit het opgroeiend geslacht schijnt te hebben bevangen, ook een gevolg van het

Sluiten