Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12

Vast staat wel, dat die term reeds toen een andere beteekenis had dan die van belasting alleen. In de in de Fransche taal gestelde resoluties dier dagen schrijft men impos (b.v. Res. 5 Sept. 1577, blz. 501), wanneer men belasting bedoelt, impostz, wanneer men over de bepaalde, later als gemeene middelen bekend staande, heffingen spreekt. Doch moeilijker wordt het, de grens enger te trekken. Onder gemeene middelen, onder „impostz", verstaat men nu eens alleen consumptieve belastingen, heffingen in elk geval voor het grootste gedeelte overeenkomende met de voornaamste stedelijke accijnzen, dan weer het samenstel van belastingen, dat voor het voeren van den gemeenschappelijken oorlog wordt geheven.

De Instr. 9 Juli 1578 R. G. P. 32, blz. 342 verzoekt nog een jaar de generale middelen vol te houden „notamment ceulx qui concernent les impostz et la consomption de marchandises" n*).

Maar het is niet alleen onvastheid van terminologie wil het mij voorkomen, die den naam van accijnzen vermijden deed. Achter dit benoemen met anderen naam school, zie ik goed, politiek. Het is dezelfde die bij belastingheffing ook nu nog wel eens wordt toegepast, n.1. het benoemen van een gelijksoortige heffing met andere namen, om haar gemakkelijker te doen aanvaarden. Want zelfs de heffing van twee paters voor elk vat gerstebier, een heffing die naar haar aard, ook volgens toenmalige begrippen, zeer specifiek een accijnshefi'mg is, de heffing onder die gemeene middelen welke speciaal moest dienen voor den aankoop van kruit en ammunitie voor het leger, wordt angstvallig als impost aangeduid. Zonder nochtans, dat de Staten der gewesten zich geheel laten misleiden. Tegen die heffing — bier was de volksdrank in die dagen — rijzen de meeste bezwaren. Artois verklaart (1 Mrt. 1578) haar niet te kunnen toepassen, omdat bier reeds met „maltotes et assises ordinaires et extraordinaires" zijn belast, Utrecht (30 Augs. 1587, blz. 367, R. G. P. 32) niet, vanwege de particuliere imposten (provinciale consumptiebelastingen dus) en de (ordinaris) accysen, die in voorsz. Staten van Utrecht gelden. Gelderland (27 Sept. blz. 377) heeft bezwaar tegen den impost op bier in respect... van die accysen, die men in de steden betalen moet.

In een verslag van 11 Juli 1578 blz. 345 R. G. P. 32 van den

rje tegenstelling beschreven en onbeschreven middelen (= directe en indirecte belastingen) is te vaag, om steun te bieden bij ons onderzoek.

Sluiten