Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

dat — hoezeer in 1813 grootendeels afgeschaft — ten slotte niet naliet blijvend zijn invloed op ons belastingrecht te doen gelden.

Dat stelsel onderscheidde Directe belastingen, Middelen van de Régie 18) der Registratie, Rechten van in- en uitvoer (Douanes) en de Vereenigde rechten, de Droits Réunis.

Onder deze laatste nu waren samen gebracht, de Accijnzenl9) op wijn, bier, azijn, gedistilleerd, tabak en zout, de rechten op Speelkaarten 20) en gouden en zilveren werken en verschillende rechten op het vervoer van goederen en middelen van vervoer. Droits réunis is tot zekere hoogte hetzelfde wat men onder de Republiek onder „imposten" verstond.

Deze onderscheidingen en de ter zake geldende wettelijke bepalingen, ik zal daar aanstonds op terug komen, zijn voor de verdere indeeling van ons belastingstelsel van groot belang.

Direct na de omwenteling in 1813, wordt het gehate stelsel van douanes en droits réunis over boord geworpen en teruggekeerd (Besluit 23 Dec. 1813 Stsbl. 17), voor de in-, uit- en doorvoerrechten tot het Plakaat van 1725 op de convoyen en licenten, voor de imposten tot Gogels ordonnanties van 1805 en 1806. De overigens zeer juiste accijns op tabak, die door de wijze van heffing in het bijzonder gehaat was, werd aan de nationale gevoeligheid ten offer gebracht. Hier voor het eerst vindt de naam accijns zijn plaats als een bepaald soort van landelijke belastingen.

In het nieuwe stelsel van 1816 (Wet van 11 Mei 1816 Stsbl.. 14 tot regeling der middelen), onderscheidde men, overigens de Fransche indeeling volgende, inplaats van droits réunis, indirecte belastingen (evenals in Frankrijk na de restauratie), welke waren onderverdeeld lo. in bekistingen (niet meer accijnzen) op zout, zeep, wijnen, buitenlandsche en binnenlandsch gedistilleerd, bier, azijn, turf, steenkolen, geheven bij fabricage enz. binnenslands en bij invoer. De formaliteiten in verband met de laatste heffingen werden geregeld in de wet van 15 Sept. 1816 betrekkelijk den

1S) L'impöt est percu „en Régie", wanneer de Staat zelf de belasting heft, ze dus niet verpacht. Het woord houdt verband met de regalia, de als monopolie door den Vorst, de Overheid, geheven rechten, hoofdzakelijk bij verkeer en verbruik.

19) In Fransche terminologie spreekt men ook van les droits d'accises, een wijze van benoeming aan ons fiscaal gevoel vreemd. Slechts twee maal heb ik die in ons recht aangetroffen. N.1. in Gr. Plb. VII, blz. 1517 en in de tabel van ï819, aant. 23), in welke Fransche invloed te herkennen is.

20) Le droit de timbre sur les cartes, loi du 9 vendémaire, an 6.

Sluiten