Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

Daarbij was echter ook aan protectie-doeleinden te denken. Ook die factor moet, ofschoon niet overheerschend, worden vermeld, wanneer invoerrechten en accijnzen tegenover elkaar worden geplaatst. Elk recht, tenzij op goederensoorten welke hier te lande rriet worden vervaardigd, brengt protectie mee. Dat leert wel de geschiedenis van art. 43 Tariefwet. De accijns treft eigenaardig even zwaar het binnen- als het buitenland. Wil men protectie van een in het binnenland aan accijns onderworpen artikel, dan legt men daarop bij invoer naast den accijns een invoerrecht (Ged.) of geen accijns en een hooger invoerrecht dan de accijns bij vervaardiging binnenslands bedraagt.

Slechts zelden tracht men dit doel te bereiken door den accijns op het burternandsch product wat hooger te maken dan die op het binnenlandsch, doch dit is praktijk, die met de theorie der accijnswetgeving niets te maken heeft. (Vgl. laatstelijk nog Mem. van Antw. Wetsontwerp nadere bepalingen omtrent den accijns op den wijn. Gedr. Stukken 58, Zitting 1926/27.)

Ten slotte — en dat zal in de praktijk het meest opvallen — het uitgangspunt is een ander.

Bij het invoerrecht wil men de consumptie van ingevoerde artikelen belasten, bij den accijns de consumptie van hier te lande vervaardigde of bewerkte artikelen en slechts als onmisbaar complement daarvan moet men de ingevoerde goederen even hoog belasten. Dat laatste doet men soms in den vorm van een accijns, ook wel — en dit is dan een soort schakel tusschen invoerrecht en accijns — met een recht (geraffineerd zout).

VII. Accijnzen en Weeldeverteringsbelasting.

Er is nog een andere heffing, welke op sommige punten overeenkomst vertoont met onze huidige accijnzen. Ik bedoel de Weeldeverteringsbelasting, in den vorm van het thans nog aanhangig wetsontwerp (Gedr. St. 325, 6, 1926). In den oorspronkeiijken ontworpen vorm -— als aanvulling zegelbelasting, en als zoodanig rechtstreeks geheven van den kooper, den consument — waren de verschilpunten, duidelijk genoeg aangewezen. Thans echter wil het ontwerp, volgens art. 1, een belasting heffen van de goederen genoemd in de bij de wet behoorende tabel, bij levering hier te lande aan een kooper, door hen die de goederen hier te lande vervaardigen, bereiden of bewerken.

„Het stelsel belast niet meer" (Mem. van Toel. Bijl. 325, 7,

Sluiten