Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29

Want een accijns is deze belasting niet en dat kan zij n. m. m. door haar heffingswijze niet worden. Voor dit punt vraag ik bijzondere aandacht. Een dergelijke ruwe beschouwingswijze zou ons terugvoeren tot een onderscheiding van „kleine accijnzen" of pennewaard accijnzen tegenover de „groote" (die welke nu in ons belastingstelsel als accijnzen bekend staan), of tot de geen grenzen kennende, onderscheidingsvermogen missende, uitwassen der Republiek. Het fundament van het ruim gezien begrip accijnzen wortelt in het wezen der heffing. En wat het wezen der zaak betreft, mist de weeldeverteringsbelasting o.a. één eigenschap, één functie, welke steeds geacht is, de hoofdbestaansgrond voor de belastingsoort accijnzen uit te maken, n.1. die, dat zij het middel zijn om een deel der algemeene lasten mede te doen dragen door dat 'groote deel der bevolking, dat zelf nog geen sparen heeft geleerd, dat men niet geheel vrij laten kan of moet, waarvan de individueele draagkracht gering, doch massaal zeer groot is en waarvan men op andere wijze geen belasting kan heffen, zonder de invorderingskosten onevenredig tot de netto-opbrengst op te drijven.

VIII. Nadere begrenzing van het begrip accijnzen. Heffingswijze. Accijnsschuldenaar.

Thans moge ik een poging doen om aan de hand van hetgeen de geschiedenis omtrent de ontwikkeling en de ups und downs van ge- en verbruiksbelastingen in het algemeen en van de engere groep die men als accijnzen pleegt aan te duiden, leert en de conclusies hiervóór getrokken, de vraag, welke belastingen nu eigenlijk als accijnzen zijn aan te merken, te beantwoorden.

Daartoe is het allereerst noodig, de plaats der accijnzen in het belastingstelsel nader te omgrenzen. Wij zien dan dat zij behooren tot de groep der uitgave-belastingen. Belastingheffing van het inkomen der ingezetenene is ook hier doel, gemakshalve — of bij wijze van correctie voor fouten in directe heffingen gemaakt, worden echter de uitgaven als maatstaf der belastingheffing genomen, want de uitgaven moeten immers weer uit het inkomen worden bestreden. Die uitgave-belastingen zijn weer onder te verdeelen in verbruiks- en gebruiksbelastingen, tezamen de verteringsbelastingen uitmakende. De heffingsvormen debietrecht, monopolie en admodiatie (vgl. Treub, blz. 23) zal ik buiten bespreking laten, omdat die hier niet voorkomen.

Sluiten