Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41

bedrag aan de grens. Die regeling werd getroffen bij Wet 1910 Stsbl. 377.

De belasting van sigarettenpapier behoeft geen nadere toelichting na herinnering aan art. 60 der Tabakswet: „Wij behouden „Ons voor, bij A. M. v. B. onder de noodige voorzieningen tegen „misbruik vrijdom te verleenen van den accijns van sigarettenpapier, dat hier te lande gebezigd wordt voor de vervaardiging „van sigaretten enz."

Thans nog een enkel woord in verband met de opmerking van net Kamerlid van Aken in 1816. Zijn opmerking blijkt slechts ten deele juist. In het licht van het vorenstaande blijkt, dat er inderdaad reden was, „om op kotne en honderd artikelen, die wij van „het buitenland betrekken," een recht39), geen accijns te heffen. Een accijns op koffie is nog denkbaar, omdat de koffie hier te lande ongebrand aankomt en hier de laatste bewerking ondergaat, welke haar voor de consumptie geschikt maakt, doch deze bewerking is zeer bijkomstig. Thee wordt alleen gemelangeerd, dat is nog meer bijkomstig 39"). Accijnsheffing van peper e.d. artikelen valt eveneens buiten het kader. Dat men in 1819 — wellicht in herinnering aan het door het Kamerlid van Aken gezegde — de koffie in de accijnsheffing betrok, was dus moeilijk verdedigbaar en zeker niet in de omschrijving, die de wet van het belaste object gaf, n.1.: de koffie die hier te lande wordt verbruikt. Een dergelijke belasting is wèl middel van consumptie, doch in mijne beschouwing is accijnsheffing alleen aanwezig als het artikel hier te lande wordt vervaardigd enz. (Men zie hiervóór.) Alleen als aequivalent van een dergelijke heffing in het binnenland, kan acc(/ns-heffing van het ingevoerde product op haar plaats zijn. Een accijns, van de koffie welke hier te lande gebrand wordt, ware theoretisch mitsdien wèl te verdedigen.

Het Kamerlid van Aken noemde ook Suiker tegenover zout. Hier had zijn betoog meer zin. Immers de uit Ned. Indië aangevoerde ruwe suiker werd, althans ten deele, hier te lande geraffineerd, op dezelfde wijze als hier van ruw zout geraffineerd

39) Koffie is als min-of-meer eerste levensbehoefte thans ook vrij van invoerrechten.

39") Het Eerste Kamer-lid Mendels (31 Mrt. j.1.) en op zijn voetspoor Min. de Geer (1 April j.1. Hand. blz. 535) spreken echter over den theeaccijns!

Sluiten