Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

49

Dat er ook verschilpunten zijn tusschen overheidswinsten en belastingen eenerzijds en overheidswinsten en accijnzen anderzijds is duidelijk.

Van belasting, van heffing voor publieke behoefte, kan m.i. ten dezen reeds daarom niet worden gesproken, omdat — aangenomen dat het geven van een directe contraprestatie een heffing niet noodzakelijk tot een retributie maakt, doch die ook (bestemmings-) belasting kan zijn — het te zeer strijdt met de grondgedachte aan het begrip belastingen annex, nog van belastingheffing te spreken, wanneer zij geschiedt wegens het verrichten van een bepaalde materieele prestatie aan één bepaalden ingezetene. Doch zelfs al mocht van belastingheffing de rede zijn, met acc/ynsheffing bestaan te veel verschilpunten, om dergelijke winsten daarmede gelijk te stellen.

De van den fabrikant etc. geheven accijns werkt als indirecte verbruiksbelasting, de winst uit overheidsbedrijven wordt van den verbruiker geheven, is dus, gezien als belasting, een directe verbruiksbelasting. Alleen voor zoover de laatste de industrie belast, zal zij ook als een indirecte verbruiksbelasting werken45). Ook t. a. v. accijnzen kan zich iets dergelijks voordoen, n.1. in die gevallen, waarin de wetstechniek niet toeliet voor bepaalde accijnsgoederen aan bepaalde industrieën vrijstelling te verleenen. De industrieel betaalt dan de bij den fabrikant van het accijnsartikel geheven accijns, doch hij wentelt haar bij wijze van „Fortwalzung" wederom af op den gebruiker van het door hem vervaardigd product, in welks prijs hij den betaalden accijns verrekent.

Stelt men de hiervóór omschreven punten van overeenkomst en verschil naast elkaar, dan zal men ontwaren, dat de verschillen de theorie betreffen, doch dat de practijk veel minder verschilpunten vertoont. Dat dergelijke winsten ten deele uit gelijksoortige bronnen en van gelijksoortige categorieën (d.w.z. van allen

ook dan nog vrij regelmatig, achteruit. Maar dan is het ook juist Weer gemakkelijk, door verhooging der accijnzen (en dat geldt c.q. ook van de tarieven der overheidsbedrijven) de lacune aan te vullen. Op haar beurt leert echter de geschiedenis weer, hoe gevaarlijk dit laatste middel is, wanneer de depressie aanhoudt. Men zie daarover wat Pruisen -£ 1766 betreft Dr. Lotz, Geschichte des Deutschen Beamtentums.

45) Deze vorm van acci/'/wheffing is bij overheidsbedrijven, welke een aan accijns onderworpen artikelen vervaardigen, b.v. de Beiersche Staatsbierbrouwerijen, even goed mogelijk, als bij heffing van particuliere fabrikanten.

Sluiten