Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

dat de Regeering verschillende malen pogingen in het werk heeft gesteld onf aan het levensverzekeringbedrijf eene wettelijke regeling te geven. „ . . , .

Bii K B van 4 Oct. 1883, no. 32, werd een Commissie benoemd tot voorlichting der Regeering omtrent eene wettelijke regeling betreffende de inrichtingen van levensverzekering van welke commissie deel uitmaakten Mr. W. J. van Reesema A J-van « Mr I W H. M. van Idsinga. Haar verslag d.d. 15 Mei 1885, gepubliceerd in het Bijvoegsel der Ned. Staatscourant van 6 en 7 November 1887, n<>. 262, gaat uit van het Engelsche beginsel, dat van vrijheid en openbaarheid. In de Toelichting wordt meegedeeld, dat het ontwerp is opgesteld in navolging van de Engelsche wet van 1870 Opgericht (bij notarieele akte) mogen alleen worden maatschappijen op aandeelen en onderlinge maatschappijen de laatste alleen als minstens 500 personen toetreden. Van de oprichting, de tarieven de wijzen en voorwaarden van verzekering en van de daarin gebrachte veranderingen behoeft slechts mededeelmg gedaan te worden aan den Min. van Binnenl. Zaken. Andere bedrijven dan het lev. verz. bedrijf mogen door dezelfde maatschappij uitgeoefend worden, doch het vermogen daarvan blijft afgescheiden van dat van het lev. verz. bedrijf, terwijl de schuldeischers van die bedrijven geen verhaal hebben op het vermogen, tot het lev. verz. bedrijf behoorende. Jaarlijks moet een balans opgemaakt worden, om de 5 jaren moet de premiereserve berekend en moeten staten omtrent het bedrijf bij het Min. van Binnenl. Zaken ingediend en openbaar gemaakt worden. Eene overdracht of samensmelting van ondernemingen zal niet mogen plaats hebben, als polishouders, tezamen indeel van het geheile bij een der betrokken ondernemingen betrokken verzekerd bedrag vertegenwoordigende, weigeren hunne toestemming tot de ineensmelting of overdracht te geven. Het ontwerp S oók eene noodregeling. Polishouders kunnen aan het gerecht hof verzoeken om eene onderneming in staat van insolventiete stellen als aangetoond wordt, dat de onderneming verkeert in zoodanigen ongunstigen toestand, dat de voldoening aan hare verphcBen in de toekomst niet is verzekerd. Bij eene maatschappij Sraandeelen kan het hof volstorting der aandeelen bevelen. In dat geval worden deskundigen aan de onderneming toegevoegd om mede heTbeheer te voeren. Als het ingeroepen kapitaal voldoende is tot dekking van het tekort, wordt het verzoek der polishouders afgewezen De maatschappij zal hare operatiën dan met mogen voortTeUendan na herstelling van het „in de reservekas gestorte garantiekapitaal der maatschappij".

Indien het verzoek der polishouders gegrond is en bij eene maatschappij op aandeelen na de storting van het ingeroepen kapitaal d5t onvoldoende mocht zijn om het bestaande tekort te dekken, wordt de onderneming verklaard in staat van insolventie met benoe-

Sluiten