Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

ming van een curator. De behandeling geschiedt als bij een faillissement. Als het hof daarentegen, na deskundigen, door hem benoemd, te hebben gehoord, van oordeel is, dat de onderneming, zelfs als zij mocht bevonden worden te zijn insolvent, in het belang der polishouders moet worden in stand gehouden, heeft het de bevoegdheid om door vermindering der verzekerde sommen, het evenwicht tusschen baten en lasten te herstellen en de onderneming te doen voortbestaan, onder zoodanige voorwaarden als het hof noodig zal vinden. De berekeningen der noodige verminderingen zal geschieden door vorenbedoelde deskundigen, onder toezicht van een door het hof te benoemen rechter-commissaris, die bij opgekomen moeilijkheden de noodige voordrachten tot beslissing daarvan aan het hof zal doen. Bestuurders der onderneming zijn dan verplicht gedurende 5 jaren aan het hof rapport uit te brengen van het beheer over en van den toestand der onderneming, van welk een en ander kennis wordt gegeven aan den Min. van Binnenl. Zaken. (art. 19). Zoowel bij de verklaring der maatschappij in staat van insolventie als bij de toepassing van art. 19 wordt de waarde van elke lijfrente en van elke polis van verzekering op het leven, wier waardeering noodzakelijk is, berekend als volgt. „Contracten van lijfrente en van „verzekeringen op het leven worden door de deskundigen gewaardeerd overeenkomstig de tafels, bij de verzekerd hebbende onderneming in gebruik tijdens die contracten werden gesloten en vol„gens den rentevoet, voor deze calculatiën in gebruik, tenzij deze „tafels ontbreken of door het hof ongeschikt verklaard worden. In „het laatste geval zullen tot gezegde waardeering worden gebezigd „de sterftetafels, daartoe voor zoodanige gevallen aangewezen door „eene commissie van vijf leden, door den Koning om de 10 jaren te „benoemen". Buitenlandsche ondernemingen hebben o.m. een vertegenwoordiger aan te stellen, de statuten, tarieven en wijzen en voorwaarden van verzekering over te leggen en eene waarborgsom te storten, op bij alg. maatregel van bestuur te bepalen wijze.

De bij K. B. van 4 April 1892, no. 20, ingestelde Staatscommissie, waarvan bij het uitbrengen van het verslag lid waren prof. mr. W. L. P. A. Molengraaff, voorzitter, dr. Bolle, prof. dr. P. van Geer, mr. D. Simons, secretaris, en J. H. Schuylenburg, bracht op 27 Februari 1897 verslag uit. Het ontwerp, dat in de artt. 18—30 eenige dwingende voorschriften geeft voor het bedrijf (houden van registers, afgifte polis, verplichting om bij wanbetaling der premie of eene premievrije polis af te geven ten bedrage van 80 % der waarde öf dadelijk te betalen 75 % dier waarde, inrichting van winst- en verlies-rekening en balans naar vast te stellen modellen, publicatie van een verslag met gegevens, genoemd in eene bijlage bij het ontwerp, volgens model, door de na te noemen Commissie vast te stellen, berekening der wiskundige reserve uiterlijk om de 5 jaren, en bijzondere voorschriften omtrent verzekering op het leven

Sluiten