Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10

drijf een curator. Indien de verplichtingen uit het levensverzekeringbedrijf grooter zijn dan de voor dekking daarvan bestemde waarden, dient de bewindvoerder voor het ontbrekende eene vordering ter verificatie in bij den curator. In het algemeen bestaat van elke beslissing van de Verzekeringskamer of bewindvoerder hooger beroep bij den Raad van beroep.

Wat buitenlandsche ondernemingen betreft, deze zijn verplicht bij de Verzekeringskamer eene zekerheid te stellen van ƒ 100 000 en voorts tot dekking van hare hier te lande loopende verplichtingen waarden aanwezig te hebben, welke, met uitzondering van de onroerende goederen, bij eene door den Staat aan te wijzen instelling behooren te worden gedeponeerd. Op deze waarden zijn de verzekerden bevoorrecht. Ook eene buitenlandsche onderneming kan, door den Raad van beroep, onder voogdij gesteld worden. De afwikkeling geschiedt dan op de wijze als bij binnenlandsche ondernemingen.

Door de Regeering werd tenslotte voor het eerst in het zittingsjaar 1911—1912 een wetsontwerp tot regeling van het levensverzekeringbedrijf ingediend (Bijl. Hand. He kamer 1911—1912, no. 307). In tegenstelling met de vrij uitvoerige ontwerpen der Staatscommissie-Molengraaff en der Vereeniging voor levensverzekering is dit ontwerp zeer kort en huldigt het bijna volledig het stelsel van vrijheid en openbaarheid.

Het ontwerp wordt niet toepasselijk verklaard op ondernemingen, die zich beperken tot het sluiten van verzekeringen tot bedragen beneden de ƒ 200.—. Als verzekeraar mogen alleen optreden binnen het Rijk gevestigde naamlooze vennootschappen, onderlinge maatschappijen en die maatschappijen met beperkte aansprakelijkheid, welke reeds optraden als verzekeraar vóór het inwerkingtreden van het Wetboek van Koophandel. Onder „Rijk" worden verstaan zoowel het grondgebied in Europa als de koloniën.

Ondernemingen, die reeds bestaan, moeten waarden van ten minste ƒ 50.000.— of zooveel meer als de wiskundige reserve bedraagt tot ten hoogste ƒ 100.000,—, ondernemingen, die in de toekomst opgericht worden, waarden van ten minste ƒ 100.000.— en buitenlandsche ondernemingen waarden van ten minste ƒ 500.000.— in open bewaring hebben bij de Nederlandsche Bank. Bij combinatie met andere bedrijven, moeten de ontvangsten, uitgaven, waarden en eigendommen van het levensverzekeringbedrijf afzonderlijk gehouden worden- Schuldeischers in de andere zaken hebben geen verhaal op de inkomsten en bezittingen van het levensverzekeringbedrijf, noch op de gedeponeerde waarden.

Aan den Minister van Binnenlandsche Zaken moet opgave gedaan worden van de grondslagen, waarop de berekening van de premiën berust, van de regelen, waarnaar de wiskunstige reserve wordt berekend, en van de tarieven en voorwaarden. Jaarlijks

Sluiten