Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17

Stbl. no. 335, heeft dan ook voor deze fondsen afzonderlijke staten O voorgeschreven. — Wat den aard van het toezicht op de maatschappijen, die onder de toepassing der wet vallen, betreft, de wet is daarbij uitgegaan van het beginsel van vrijheid en openbaarheid, wat men zou kunnen noemen het Engelsche stelsel in tegenstelling met het FranschDuitsche stelsel. Niet worden als bij dit laatste door de wet of staatsorganen bepaalde grondslagen van het bedrijf, bv. wat betreft tarieven, verzekeringsvoorwaarden en berekening der wiskundige reserve, dwingend voorgeschreven. In beginsel wordt in dit opzicht algeheele vrijheid gelaten, doch slechts voorgeschreven dat alles, wat voor de beoordeeling van den finantiëelen toestand van belang kan zijn en dus ook de genoemde grondslagen, door de opname van staten in het jaarlijks uit te geven verslag voor polishouders en ook voor andere belangstellenden (art. 15 van de Instructie der Verzekeringskamer, vastgesteld bij K. B. van 24 Juli 1923, Stbl. no. 379) geopenbaard wordt. De K. B. van 1830 en 1833 huldigden niet het beginsel van vrijheid en openbaarheid, doch kenden voorschriften, door de Regeering omtrent verschillende punten, o.a. de tarieven te geven. Wel gingen van dat stelsel in meerdere of mindere mate uit de verschillende wetsontwerpen van de laatste 40 jaren. Het zuiverst vond dit beginsel uitdrukking m het Regeeringsontwerp van 1911—1912. Wel werd in dit ontwerp ook gerept van eene Verzekeringskamer, doch het blijkt niet, dat deze Kamer, wier bevoegdheid nader zou worden geregeld bij' alg maatregel van bestuur, iets meer zou hebben te doen dan verifieeren of de door de maatschappijen gepubliceerde gegevens overeenkwamen met de werkelijkheid. Tegen eene zoo passieve houding van de Regeeringsorganen reageerde het Voorloopig Verslag op genoemd wetsontwerp. In dit Verslag werd voor het eerst aan de hand gedaan het denkbeeld van adviezen, welke het met het toezicht belaste Regeeringsorgaan aan eene bepaalde maatschappij zoude kunnen geven en welke, hoewel niet bindend voor de betreffende maatschappij, toch, bij niet-opvolging, zouden kunnen worden gepubliceerd. Dit denkbeeld is overgenomen in het ontwerp-Niemeyer en ten slotte ook in het Regeeringsontwerp dat wet geworden is. Het advies tast in beginsel de vrijheid om anders te doen niet aan, maar zal toch, bekleed met het gezag, waarvan het afkomstig is, en wegens de ernstige gevolgen van eene publicatie bij met-opvolging, van zoodanigen invloed zijn, dat het zal worden opgevolgd. Ook door de mogelijkheid van beroep tegen het advies bij de Kroon en behandeling daarvan in de afdeeling geschillen van bestuur van den Raad van State bestaat bovendien de waarborg dat een advies slechts zal worden gepubliceerd indien dit noodzakelijk is.

In het belang van de beide groote doeleinden, die de wet nastreeft

2

Sluiten