Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38

Artikel 1.

WET van den 22sten December 1922, (Staatsblad no. 716), tot regeling van het Levensverzekeringbedrijf.

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is, wettelijke bepalingen vast te stellen ten aanzien van het levensverzekeringbedrijf;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK I. Inleidende bepalinqen. Artikel 1.

Deze wet verstaat onder:

a. overeenkomsten van levensverzekering, de overeenkomsten tot het doen van geldelijke uitkeeringen, tegen genot van premie en in verband met het leven of den dood van den mensch, met dien verstande, dat overeenkomsten van ongevallenverzekering niet als overeenkomsten van levensverzekering worden beschouwd;

b. premie, iedere, onder den naam van premie, bijdrage, inleg, contributie of koopsom of onder welken anderen naam ook, in eens of periodiek verschuldigde geldsom.

1. overeenkomsten van levensverzekering.

In dit artikel wordt gezegd wat deze wet verstaat onder overeenkomsten van levensverzekering en premiën- Wat andere wetten bv. het Wetboek van Koophandel of de wet op de inkomstenbelasting 1914 daaronder verstaan, is dus niet uit deze wet te putten.

De wet heeft betrekking op de eigenlijke levensverzekering niet op de zgn. schadeverzekering, ook niet op ziekte- en ongevallenverzekering. Wat ongevallenverzekering betreft zegt het artikel dit uitdrukkelijk tengevolge van eene aanvulling, door de Regeering bij de M. v. A. gedaan naar aanleiding van eene bij het V. V. gemaakte opmerking. De woorden „in verband met het leven of den dood" sluiten ziekte- en werkkrachtverzekering uit. De woorden „tot het doen van geldelijke uitkeeringen" brengen mee, dat buiten de wet vallen overeenkomsten tot het doen van praestatiën in natura als het begraven of verbranden, het verstrekken van een graf, een grafsteen of van een lijkkist, ook indien daarbij gezegd wordt, dat de kosten van het een of het ander een bepaald bedrag

Sluiten