Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41

Artikel 1.

zekering is, dat zekerheid wordt beloofd, en in juridischen zin een omslagstelsel niet een belofte tot het geven van zekerheid doet, al wordt ook bij menig lid de verwachting opgewekt, dat ook in de toekomst met uitkeering van dezelfde bedragen zal kunnen worden doorgegaan.

Men onderscheide wel tusschen de tweeërlei soort van overeenkomsten van levensverzekering, welke vereenigingen en onderlinge maatschappijen kunnen aangaan.

Brengt het lidmaatschap volgens de statuten bv. naast de betaling van eenige contributie uitkeering van een bedrag bij overlijden mee, dan ligt in de aanneming van het lidmaatschap het sluiten van eene overeenkomst van levensverzekering onder de voorwaarden, in de statuten genoemd, opgesloten. Als regel zullen de leden, bij tekorten der vereeniging of maatschappij, daarin hebben te deelen en eene rechtsvordering tot uitkeering van het oorspronkelijk bedrag niet kunnen instellen. Sluit eene vereeniging of onderlinge maatschappij evenwel eene overeenkomst van levensverzekering met iemand, die geen lid wordt, dan heeft deze later eene onaantastbare vordering op vereeniging of maatschappij, onafhankelijk van de vraag, of deze laatste voor tekorten is komen te staan. Iets anders is natuurlijk, dat bedoelde personen niettemin bij insolventie van het zedelijk lichaam de gevolgen daarvan zullen hebben te dragen. Zij dragen dan echter niet rechtens, maar feitelijk in de tekorten bij en genieten in elk geval eene preferentie boven de verzekerde leden.

Het komt voor, dat maatschappijen overeenkomsten van levensverzekering sluiten, terwijl zij daaraan verbinden eene premieobligatie van bv. ƒ 0.50, waarop 3 % rente wordt betaald. Doordat de premie voor de levensverzekering onevenredig hoog is, is een gedeelte van de premie eigenlijk mede de contra-praestatie voor de premie-obligatie en krijgt het geheel het karakter van een door de wet verboden loterij-overeenkomst. Aan dergelijke loterij-overeenkomsten kunnen uiteraard geene vorderingen worden ontleend. De Verzekeringskamer heeft in dergelijke gevallen beslist, dat de betreffende maatschappij niet het levensverzekeringbedrijf uitoefent en niet aan het toezicht der Verzekeringskamer is onderworpen.

Het spreekt van zelf, dat zij, die als inspecteurs, agenten of makelaars of anderszins slechts hunne bemiddeling verleenen tot het sluiten van overeenkomsten van levensverzekering, zelve niet aan het toezicht der wet zijn onderworpen. Zij zijn echter strafbaar, als zij hunne bemiddeling verleenen bij het sluiten van verzekeringen voor maatschappijen, die het levensverzekeringbedrijf uitoefenen in strijd met de wet (art. 68 der wet). Zie wat betreft de vertegenwoordigers van buitenlandsche maatschappijen art. 20 der wet. Deze zijn strafbaar in de in de artt. 68 en 69 genoemde gevallen.

2. premie. Tegenover de verplichting van de onderneming moet

Sluiten