Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42

Artikel 1—2.

staan eene contra-praestatie van den verzekeringnemer. Welken naam die contra-praestatie draagt, is onverschillig. Zij moet echter bestaan in eene geldsom. Onder „periodiek" is niet noodwendig te verstaan „na vaste perioden", zoodat ook de bijdragen, bij omslagstelsels na het overlijden van een medelid verschuldigd, als premiën zijn te beschouwen. De premie behoeft natuurlijk geene volledige contra-praestatie te zijn. Een fonds of vereeniging kan langzamerhand zulke reserves hebben gekregen, dat de premiën of contributiën belangrijk lager zijn gesteld dan de in het normale bedrijf gebruikelijke. Zelfs is het denkbaar, dat men de premiën of contributiën geheel heeft afgeschaft. De contra-praestatie is dan de vroeger betaalde premiën of contributiën.

Bij vereenigingen is de premie voor de overlijdensuitkeering dikwijls verscholen onder de algemeene contributie, die ook dient voor algemeene doeleinden van de vereeniging bv. voor propagandadoeleinden. Het gaat natuurlijk niet aan dan te betoogen, dat de overlijdensuitkeering gratis wordt gegeven en de contributie de contra-praestatie is voor de overige werkzaamheden van de vereeniging. Alleen is dan niet precies uit te maken hoe groot de premie voor de levensverzekering is.

Artikel 2.

Deze wet verstaat onder levensverzekeringbedrijf, het als bedrijf sluiten van overeenkomsten van levensverzekering, met inbegrip van het afwikkelen der in dat bedrijf gesloten overeenkomsten van levensverzekering, ook al wordt daarmede niet beoogd het maken van winst.

Het levensverzekeringbedrijf verliest zijn karakter als zoodanig niet, indien bij de overeenkomsten van levensverzekering naast de verplichting tot het doen van geldelijke uitkeeringen verplichtingen van anderen aard worden aanvaard, alsmede indien daarbij verplichtingen worden aanvaard in verband met gebeurtenissen waarvan het ontstaan onzeker is en die den persoon van den mensch treffen.

1. het als bedrijf sluiten. In het O. O. kwamen de woorden „ook al wordt daarmede niet beoogd het maken van winst" niet voor. In het V. V. werd de meening geuit, dat, nu aan het begrip „bedrijf" in den regel de gedachte van het werken om winst verbonden is, het noodig was, dat zekerheid bestond, dat naast onderlinge maatschappijen ook andere instellingen van niet-commercieel karakter, die juist op het gebied der levensverzekering veelvuldig voorkomen, onder de wet vielen. Bij de M. v. A. werden daarop de bovengenoemde woorden ingevoegd, waarbij de Regeering opmerkte, dat door die toevoeging thans uitkwam, dat voor de toepasselijkheid der wet niet wordt vereischt, dat de onderneming heeft een commercieel karakter. „Trouwens het woord „bedrijf" veronderstelt

Sluiten