Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48

Artikel 4—5.

1. in het buitenland gevestigd. Hieronder moet natuurlijk worden verstaan „in het buitenland (of in de koloniën) haren hoofdzetel hebbend".

Uit het sub a bepaalde volgt, dat in de koloniën gevestigde ondernemingen geheel gelijkgesteld worden met in het buitenland gevestigde, echter niet, dat de koloniën volgens deze wet gelijkgesteld worden met het buitenland. Immers verklaart art. 89 Hoofdstuk IV der wet ook verbindend voor de koloniën, niet voor het buitenland.

2. schuldeischer.

De hier gekozen omschrijving is ontleend aan art. 1 der zgn. Noodwet (wet van 29 April 1921, Stbl. no. 695.) De bedoeling daarvan was kennelijk, dat overal, waar in die wet rechten waren gegeven aan schuldeischers, die rechten niet alleen zouden uitgeoefend kunnen worden door hen, die reeds opeischbare vorderingen aan die polissen ontleenden, maar ook door hen, wier vorderingen nog niet opeischbaar waren. Ook nadat in het V. V. aangedrongen was op een beperking van het begrip „schuldeischer", bleef de Regeering op een ruime omschrijving van het begrip staan, daarbij er op wijzende, dat de „schuldeischers" vooral een rol spelen in Hoofdstuk IV, waar hun het recht gegeven is tegen verschillende voorgenomen maatregelen bezwaren te doen kennen en dat bovendien van schuldeischer gesproken wordt in art. 8, lid 3, waar vooral een ruim begrip noodzakelijk is. Uit de omschrijving volgt, dat onder „schuldeischer" ook moet worden verstaan de bevoordeelde.

Artikel 5.

Voor de toepassing dezer wet worden, voor zooveel niet het tegendeel blijkt, overeenkomsten van herverzekering gelijkgesteld met de overeenkomsten van verzekering, welke daaraan ten grondslag liggen.

Uit dit artikel volgt, dat niet alleen wat betreft levensverzekering, voor de toepassing van deze wet herverzekering wordt gelijkgesteld met de overeenkomst van verzekering, welke aan de herverzekering ten grondslag ligt, maar ook wat betreft elke andere verzekering. Zoo zal een herverzekering tegen ongevallen krachtens art. 1 sub a evenals de verzekering tegen ongevallen niet als een overeenkomst van levensverzekering mogen worden beschouwd. Zoo zal, krachtens art. 2, lid 2, eene herverzekering tegen ziekte gecombineerd mogen worden met eene overeenkomst van levensverzekering, omdat combinatie van eene ziekteverzekering met laatstbedoelde overeenkomst mogelijk is. Moet ook eene herverzekering van eene verzekering in natura bv. van eene verzekering van een begrafenis niet als eene overeenkomst van levensverzekering worden be-

Sluiten