Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50

Artikel 6.

„onder de wet te brengen. Indien de werknemers geen premie „storten, zouden de fondsen reeds buiten de wet blijven, omdat er „dan geen overeenkomst van levensverzekering is. Indien de werknemers krachtens de arbeidsovereenkomst tot deelneming in het „fonds verplicht zijn, geldt artikel 1637s, 1°, van het Burgerlijk Wet„boek en de algemeene maatregel van bestuur van 31 Maart 1908, „Staatsblad no. 94 (gewijzigd bij besluit van 31 October 1908, „Staatsblad no. 318), waarvan vooral artikel 2 van belang is: het „bestuur bestaat uitsluitend of voor de meerderheid uit deelnemende „arbeiders. Indien de arbeiders niet verplicht zijn tot deelneming in „het fonds, is de toestand toch gewoonlijk deze, dat de werkgever „een groot deel der bijdrage voor eigen rekening neemt. Het komt „wel zeer twijfelachtig voor of de belangen der werknemers zouden „worden gediend, indien in die gevallen aan den werkgever toedicht wordt opgedrongen. Bovendien behoort deze geheele materie „in deze wet niet thuis."

fondsen, . . . ., verbonden aan eene inrichting van handel, van nijverheid of van aanverwanten aard.

Wat onder „van aanverwanten aard" is te verstaan is in het algemeen moeilijk te zeggen. Een kerkgenootschap valt daaronder zeker niet, zoodat fondsen, verbonden aan een kerkgenootschap ten behoeve bv. van hare predikanten, zeker niet onder deze uitzonderingsbepaling vallen. Zij kunnen echter om andere redenen, omdat zij niet gezegd kunnen worden het levensverzekeringbedrijf uit te oefenen, buiten de toepassing van de wet vallen bv. omdat het aantal deelhebbers zoo klein is en hoogstwaarschijnlijk zal blijven, dat van eene wetenschappelijke berekening der sterftekansen geen sprake kan zijn.

Het is natuurlijk geen vereischte, dat het fonds verbonden is aan slechts ééne inrichting. Meerdere inrichtingen bv. eene hoofdonderneming en eene dochteronderneming of eenige ondernemingen, die een belangengemeenschap vormen, kunnen gezamenlijk een fonds hebben opgericht; het is dan niet in te zien, waarom het voorschrift niet op het fonds van toepassing zou zijn, wanneer het overigens aan de omschrijving voldoet. Uit de woorden „verbonden aan" mag echter wel afgeleid worden, dat er een zekere afhankelijkheid van het fonds ten opzichte van de inrichting, eene verhouding als van bijzaak tot hoofdzaak, moet bestaan. Indien een min of meer groot aantal inrichtingen een fonds als bedoeld hebben opgericht, is de afhankelijkheid van een bepaalde inrichting en de genoemde verhouding zoek en krijgt de zekerstelling der pensioengerechtigden meer het karakter van een publiek belang, dat niet aan het toezicht der wet mag worden onttrokken. In dien zin werd reeds een paar maal door de Verzekeringskamer en in hooger beroep door de Kroon krachtens art. 10 beslist. De wet zegt verder niets omtrent

Sluiten