Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51

Artikel 6—7.

den juridischen vorm van het fonds. Dit zal dus kunnen toebehooren aan den werkgever, aan eene vereeniging krachtens de wet van 1855, waarvan de werknemers leden zijn, aan eene stichting, zelfs aan eene naamlooze vennootschap. De deelname van de werknemers aan het fonds behoeft ook niet verplichtend te zijn. Indien die deelname niet verplichtend is, zal men echter wel den eisch moeten stellen, dat ook de werkgever aan het bestuur deelneemt of in den een of anderen vorm een bijdrage geeft. Er zijn vereenigingen van ambtenaren van een bepaalde onderneming, die zich geheel vrijwillig hebben aaneengesloten tot verkrijging van een eigen of een weduwen- en weezenpensioen, terwijl die onderneming aan het bestuur niet deelneemt en aan de vereeniging geene bijdragen geeft. Deze vereenigingen zijn natuurlijk geen werkgeversfondsen en vallen dus onder de toepassing der wet.

De hier bedoelde werkgeversfondsen moeten uitsluitend strekken ten bate van de in dienst der inrichting werkzaam zijnde of werkzaam geweest zijnde personen of van hunne betrekkingen. Zoodra de gelegenheid wordt gegeven om ook anderen dan de hier bedoelde personen te doen genieten van deze fondsen, houden deze dus op eigenlijke werkgeversfondsen te zijn en vallen zij dus onder de bepalingen der wet. Het komt ook voor, dat aan werknemers de gelegenheid wordt gegeven om uit eigen middelen de pensioenen, die zij van een fonds ontvangen, te verhoogen. Indien de door het fonds gegeven pensioenen klein zijn in verhouding tot de bedragen, waartoe door de werknemers gebruik is gemaakt van de gelegenheid om die pensioenen uit eigen middelen te verhoogen, zou het kunnen zijn, dat het fonds zijn karakter van werkgeversfonds ver-. loren had. In zulk een geval kan de verzekeringskamer krachtens art. 10 der wet beslissen, dat het fonds het levensverzekeringbedrijf uitoefent en dus onder de bepalingen der wet valt.

Artikel 7.

Deze wet is mede niet van toepassing op ondernemingen, welke geene overeenkomsten van levensverzekering sluiten met binnen het Kijk in Europa gevestigde personen, noch met zoodanige personen gesloten overeenkomsten van levensverzekering loopende hebben.

Ten aanzien van in het buitenland gevestigde ondernemingen wordt voor de toepassing van het vorige lid eene overeenkomst van herverzekering niet beschouwd als eene overeenkomst van levensverzekering.

1. Eerste lid. Hierin wordt duidelijk gezegd, dat een onderneming aan twee voorwaarden moet voldoen om buiten de toepassing der wet te blijven. In de eerste plaats moet zij niet sluiten levensverzekeringen met hier te lande gevestigde personen in de tweede plaats moet zij niet loopende hebben Ievensverzeke-

Sluiten